Khinkali: zijdezachte kussentjes uit Georgië

Een zijdezachte buitenkant met een sappige binnenkant, op de redactie hebben wij onze mond al aan menig dumpling verbrand. Maar van khinkali hadden we als dumplinglovers tot voor kort nog nooit gehoord.

Foto van culinair journalist Emma de Thouars

Georgië

Khinkali komen uit Georgië, een keuken waar wij sowieso niet heel bekend mee zijn. Maar als ze dit soort goddelijke lekkernijen voortbrengen belooft dat veel goeds. De vulling verschilt per regio maar de meest populaire is een combinatie van varkens- en rundergehakt. Het vlees wordt op smaak gebracht met uien, koriander, fenegriek en chillivlokken.

Kudi

De bovenkant van de dumpling wordt de kudi (hoed) of kuchi (navel) genoemd en grappig genoeg eet je hem niet op. Je gebruikt hem enkel en alleen om de dumpling op te tillen, waarna je alles behalve de top in je mond stopt. Geen gedoe met dumplings die uit je stokjes glijden zoals in Azië dus.

Khinkali

Er wordt relatief veel deeg gebruikt, wel heel dun uitgerold, zodat de dumplings een beetje op een kussentje lijken. In de meeste recepten worden ze gekookt fluweelzachte hapjes, maar je kan ze ook na het koken even aanbakken in de pan. Dan worden ze knapperig, is ook heel lekker.

Recept

Nederland barst helaas niet van de Georgische restaurants, dus als je zin hebt in khinkali zal je hoogstwaarschijnlijk zelf aan de slag moeten. Moeilijk is het gelukkig niet, met dit recept van Saveur zit jij binnen no time met een khinkali in je mond.

Lees meer van Emma de Thouars