Ode aan de visstick

Met kaviaar, beef wellington of een mooi doorwarmend stuk wagyu maak je makkelijk indruk. Een groot prijskaartje of ingewikkelde bereidingswijze doen het immers altijd goed. Hierdoor worden onze nederige maar favoriete producten soms een beetje vergeten en dat mag natuurlijk niet gebeuren. Daarom een ode aan een favoriete allemansvriend: de visstick.

Foto van culinair journalist Emma de Thouars

Eten dat je rechtstreeks uit de vriezer in de pan gooit, heeft niet de beste reputatie. Terecht, meestal, maar niet in het geval van vissticks. Een visstick is de ideale knapperige snack. Op een broodje met tartaarsaus, of gewoon mayo en ketchup. Maar voor een ultiem nostalgiegevoel combineer ik het met spinazie a la crème (ja, ook uit de vriezer) en een gekookt ei. Wat ik er ook bij eet, vissticks kunnen mij intens gelukkig maken.

Knapperig en flaky

Bak hem altijd in de pan in plaats van in de oven. Door de boter of olie waar je hem in bakt, krijgt hij een extra krokante buitenkant. Daar is het uiteindelijk toch allemaal om te doen. De perfecte visstick is precies zo lang gebakken dat hij, net als een mooi stuk vis, stevig maar flaky is. Soms is het lastig om de garing spot on te krijgen. Maar als het lukt heb je een geluksmoment dat niemand meer van je af kan pakken.

En ja, je kunt zelf vissticks maken (dat doe je zo), ook heel lekker. Maar stiekem vind ik de kant-en-klare variant gewoon het allerlekkerst.

Lees meer van Emma de Thouars