Onze favo kazen op een rij

Kaas. Een leven zonder is niet voor te stellen volgens de FavorFlav-redactie. We hebben het al vaker gezegd: een dag zonder kaas is een dag niet geleefd. Onze lievelingskazen op een rij.

Foto van culinair journalist Sophie Abelsma

Marcus

Rauwmelkse boerenkaas. Oude kaas, wel te verstaan, minimaal 9 tot 12 maanden gerijpt. Mag een beetje brokkelen. Lekker pittig en vol van smaak. Met van die kleine zoutkristallen die knisperen in je mond. Liever geen combinaties met komijn of bieslook, maar puur natuur. Hooguit wat goede mosterd. Zo uit het vuistje of met rustiek brood van Menno met een knapperige dikke korst en boerenboter.

Marieke

Taleggio (maar eigenlijk ook niet). Deze kaas uit Lombardije staat eigenlijk op plek drie (op een Délice de Bourgogne en op twee Époisses). Maar ik was wat laat en dus waren ze al geclaimd.

Anyway, Taleggio. Een superromig, vierkant kaasje met oranje korst uit Noord-Italië dat goed smelt. Ik roer ‘m door de risotto, hij gaat in de ultieme pantosti en uiteraard op de kaasplank. Let wel goed op welke je koopt, want die uit de fabriek zijn een stuk minder lekker. Komt ‘ie van de boer, dan is de smaak veel zwaarder (en lekkerder dus).

Emma

Mijn favoriet is Chaource. Ik hou er van als kazen superromig zijn en daar voldoet hij als geen ander aan. Maar hij heeft ook veel smaak, heel fris, bijna een beetje zurig. Als ik hem in een restaurant op de kaart zie staan, moet ik ‘m altijd nemen. Als je zelf Chaource koopt (dat kan tegenwoordig gelukkig zelfs bij Albert Heijn), haal ‘m dan wel ruim op tijd uit de koelkast zodat ‘ie extra zacht is, als je hem eet.

Sophie

Époisses. Een smeuïge roodflora kaas uit het gelijknamige dorp Epoisses in de Côte d’Or (Bourgogne). De kaas wordt meestal geserveerd op een lepel – anders loopt ‘ie weg. Het is een explosie in je mond. De smaak is heel vol, kruidig en intens. Toen ik voor het eerst Époisses at, was ‘lekker’ niet het eerste dat in mij opkwam. Ik heb ‘m moeten leren waarderen. Nu kan ik niet meer zonder. Als ik een kaas uit mag kiezen van de kaaskar in een restaurant, dan gaat een lepel van deze kaas sowieso op mijn bord.

Marjan

Tomme de Savoie. Noem mij een kaassnob, of een anti-nationalist, maar ik heb niet zoveel met Nederlandse kazen (sorry). Een boterham met oude Beemster zul je mij niet gauw zien eten. Een stukje Gouda uit het vuistje? Niet voor mij. Maar van kaasfondue, bijvoorbeeld, kan ik blijven eten. Hangt iedereen al een beetje misselijk onderuit, peuter ik als de last one standing nog de inmiddels aangekoekte Zwitserse kaasrestjes uit de pan.

Ook Franse, Italiaanse en Spaanse kazen: laat maar doorkomen. Zoals Tomme de Savoie uit de Franse (Haute-)Savoie. Het zal er vast mee te maken hebben dat ik die voor het eerst daar ter plekke at en dat het er zo mooi en zonnig en Alp-ig was, maar Tomme heeft mijn hart gestolen. Deze halfzachte rauwmelkse koeienkaas met grijze korst en lichtgeel interieur heeft een fijne, tikje korrelige structuur, een goeie beet, een friszure smaak, ruikt naar vochtige Franse grotten en is perfect met een afgescheurd stuk baguette.

Romy

Délice de Bourgogne. Mijn absolute guilty pleasure. Er valt niet veel over te zeggen, behalve dat ‘ie extreem romig, boterachtig en daardoor pervers lekker is. Aan deze koemelkse triple crème witschimmelkorstkaas wordt extra verse room (of crème fraîche) toegevoegd. Pas bij een vethalte van ten minste 75 procent mag zo’n kaas dan triple heten. Het resultaat is een op-je-tong-smeltend, boterzacht kaasje met een subtiel bittertje. Fantastisch met een champagne blanc de blancs, of een fruitige Pinot Noir.

Dana – stagiair

Ik ben fan van alle kazen, of ze nou zacht en romig of hard en pittig zijn. Al hou ik het meest van de Italiaanse soorten. Je kunt mij altijd wakker maken voor gorgonzola of burrata, maar mijn ultimate favorite is pecorino. Van deze kaas heb je zachte en harde varianten, ik heb het liefst de Romano. Dit is de hardste variant en ook de bekendste. Hij is lekker om zo op te eten, maar doet het ook goed in een pasta. Deze schapenkaas is stiekem ook wel een beetje speciaal voor mij, aangezien ik het eten van een stukje altijd meteen link aan vakantie. Ik at de kaas voor het eerst als klein meisje bij Italiaanse vrienden, en bij iedere hap die ik van deze kaas neem, waan ik me dan ook weer even in de Lombardijse zon.

Lees meer van Sophie Abelsma