Tips voor het perfecte wijnglas

Je favoriete wijn smaakt nog lekkerder in het perfecte glas. Want echt: size does matter.

Foto van culinair journalist Romy Kooij

Voor elke wijn een ander glas gaat ver. Maar met een goed glas komt wijn simpelweg beter tot zijn recht. Een beetje liefhebber drinkt daarom minstens uit een wijnglas met een poot en een tulpjeskelk.

1. De steel

Ook al zijn pootloze exemplaren leuk en vooral hufter proof, doe het niet! Als je de kelk moet vasthouden, warmt de wijn (te) snel op. Bij rood al niet lekker, maar voor wit zijn onze 37 graden helemaal te warm. Die vette tengels op je glas zijn natuurlijk ook niet om aan te zien. En dan is je hand ook nog eens dichter bij je neus. Grote kans dat parfum, net gesneden uien, of het geurende toiletzeepje de fijne fruitigheid van de wijn wegblaast. Wij eisen dus een fatsoenlijke poot.

De vorm bepaalt trouwens ook wáár de wijn in je mond terechtkomt.

2. De kelk

Een goed wijnglas ziet eruit als een tulp: met een taps toelopende bovenkant. Daarmee blijven de aroma’s langer in het glas. Je ruikt meer en zelfs de smaak wordt beter: je brein is namelijk voorbereid op wat komen gaat. In zo’n tulpje kun je wijn bovendien ronddraaien zonder morsen. Dat walsen geeft meer zuurstof en dus meer geur en een zachtere smaak.

De vorm bepaalt trouwens ook wáár de wijn in je mond terechtkomt. En die plek beïnvloedt hetgeen je proeft, omdat de gevoeligheid voor zoet, zuur, zout, bitter en umami (hartig) overal op de tong verschilt. Per glas komt wijn daarom anders over.

3. De maat

Hoe groter het glas, hoe meer de aroma’s kunnen circuleren. En naarmate de kelk breder wordt, wordt het wijnoppervlak groter. Deze wijnspiegel zorgt voor meer zuurstofcontact. Het klassieke Bourgogneglas (zo’n vissenkom) heeft zo’n grote spiegel en geeft verfijnde geurtjes maximale ruimte. Rode blends schenk je liever in een wat slanker glas, zoals het traditionele Bordeauxglas. Net als wijn met veel alcohol trouwens. Alcohol verdampt dan minder snel, wat de wijngeur ten goede komt.

De frisse zuren en aroma’s van licht wit vang je het best in een kleiner glas, terwijl aromatisch wit op zijn best is in een lekkere bel.

4. Kristal of glas

Een goed gemaakt kristallen glas heeft geen naden en geen dikker randje aan de bovenkant. Je hebt glazen van glas (< 4 procent lood), kristalglas (> 10 procent lood) en loodkristal (minstens 24 procent lood). Hoe meer looddeeltjes – of loodvervangers – een wijnglas bevat, hoe dunner, lichter en glanzender. En dat drinkt lekkerder. Alsof er niets tussen jou en de wijn zit. En bovendien geeft het die zuivere ping als je proost. Maar kristal is kwetsbaar en behoorlijk prijzig. Goede alternatieven van platinumglas en teQton-glas hebben wel een kristallen allure, maar zijn stukken steviger.

5. Het merk

De Oostenrijkse merken Riedel (iedere wijn een passend glas) en Zalto (mondgeblazen) behoren tot de absolute top. Hun glazen – uit verschillende series – zijn fantastisch om uit te drinken. Je betaalt er dan wel zo’n 25 à 35 euro per glas voor.

Spiegelau (platinum), Schott Zwiesel (titaanoxide) en Leonardo (teQton) hebben prima glazen voor een (iets) lagere prijs. En Royal Leerdam biedt zelfs de Hollands geprijsde Experts’ Collection. Zij ontwierpen samen met vinoloog Barbara Verbeek vijf basic glazen op basis van de bekendste druivenrassen. Met als leuke twist in plaats van de traditionele champagneflute de wat bredere lady coupe. Voor de ultieme bubbelsnuif.


Tips & tricks
• Thuis zit je al goed met twee maten wijnglazen. Een voor wit en een voor rood. Licht rood kan dan ook in het witte wijnglas en voller wit in het rode.
• Bij een goed wijnglas is de opening groot genoeg voor je neus. Proeven gaat voor een groot deel via dat orgaan.
• Een goed wijnglas is glashelder: schoon én zonder gravures. Proeven doe je zelfs met je ogen.
• Een wijnglas vul je voor een kwart tot maximaal de helft met wijn. Zo kan je walsen zonder morsen en hebben aroma’s de ruimte.
• Wijnglazen was je met de hand af. Met warm water en eventueel een drupje afwasmiddel. Laten uitlekken en nadrogen met een schone, zachte doek.
• Wijnglazen zet je niet ondersteboven, maar op hun pootje in de kast. Zo voorkom je muffe luchtjes.

Lees meer van Romy Kooij