Tips voor de perfecte clafoutis

Als je eenmaal in de gaten hebt hoe makkelijk het is om dit Franse dessert zelf te maken, wil je nooit meer anders. Zorg wel dat je de juiste ingrediënten gebruikt. Doe je maar wat, dan heb je kans dat je geen perfect zachte clafoutis maar een hoopje blubber uit de oven schuift. We geven je vijf bereidingstips.

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

Het fruit

Aardbeien? Frambozen? Weg ermee! Een clafoutis hoor je met alleen kersen te vullen, anders heet het een flaugnarde. Of die kersen dan wel uit een pot mogen komen? Eigenlijk niet. Vers is altijd beter, en in een clafoutis, waarin de kersen ook nog eens de hoofdrol spelen, al helemaal. Ga voor de allerlekkerste die je kunt vinden. Belangrijk is om ze altijd heel te laten. Doe je dat niet, dan verliezen ze veel vocht. Daar wordt de clafoutis zompig van.

Liever groenten in de oven? Maak deze melanzane alla parmigiana.

En dan het volgende dilemma: verwijder je de pitten of laat je ze zitten? Veel Franse patissiers kiezen voor dat laatste. Ze beweren dat de kersenpitten het beslag een bijzondere smaak geven tijdens het bakken. Haal je ze eruit, dan wordt je clafoutis een stuk milder van smaak. Probeer het maar eens. In praktisch opzicht val er wel wat voor te zeggen om de kersen te ontpitten. Dan kun je het dessert naar binnen lepelen zonder je druk te hoeven maken om het breken van je kiezen.

Het beslag

Melk, ei, suiker, bloem, zout: het beslag van de clafoutis lijkt een beetje op pannenkoekenbeslag. Het is alleen wat dikker, dat komt door de grotere hoeveelheid bloem die je er doorheen roert. Over of er wel of geen gesmolten boter in hoort verschillen de meningen. Niets is perse goed of fout, en dus zijn wij team boter. Het maakt je beslag extra zacht en romig, precies zoals de clafoutis hoort te smaken. 

Ook over de volgorde waarin je de ingrediënten aan het beslag toevoegt bestaan verschillende opvattingen. Die kunnen we allemaal uiteenzetten, maar het belangrijkste blijft uiteindelijk dat je voorzichtig bent. Smijt niet alles tegelijkertijd in een kom, maar voeg de eieren, melk en bloem in kleine stapjes toe. Zo voorkom je klonten.

De citroenschil

Is die echt nodig? Dat hangt af van wat voor kersen je gebruikt. Kies je voor hele zoete, dan kan een subtiel zuurtje in de clafoutis lekker zijn. Ga je voor morellen, kersen die van zichzelf al wat zuurder zijn? Laat die citroen er dan uit.

De vorm

Kies voor een platte, ronde ovenschaal, en vet die in met boter. Leg dan de kersen erin. Ben niet te zuinig, zorg dat de vorm goed vol ligt. We willen een rijkelijk gevulde clafoutis.

Opdienen

Zakt hij een beetje in nadat je ‘m uit de oven schuift? Dat is heel normaal. In plaats van je daar zorgen om te maken, kun je beter snel gaan eten. Want we vinden de clafoutis het allerlekkerst als hij nog een beetje warm is. Dan is-ie ook nog wat zachter van textuur. Koud eten kan ook, maar dan is het dessert wel wat steviger. Waar je ook voor kiest: vergeet de poedersuiker niet!

Lees meer van Gitte Hessels