Ultieme chocolate chip cookies

Chocolate chip cookies eten we in onze dromen de hele dag door, en dan het liefst als ze perfect gebakken zijn. Dan hebben ze een subtiel knapperig randje, een zachte, chewy binnenkant en zit er lekker veel goed gesmolten chocola in. Zelf bakken? Met deze tips lukt het je.

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

De chocolade
Door het deeg kneed je altijd chocoladedruppels. Voor het geval je van plan was een blok chocolade fijn te hakken omdat je de druppels niet kon vinden: doe maar niet. Ottolenghi legt in zijn bakboek Sweet uit dat wanneer je chocolade van ongelijke grootte gebruikt, je ook kans hebt op misvormde baksels. Dat willen we niet.

Kies bovendien altijd voor pure chocoladedruppels. Waarom? Je proeft dan beter het verschil tussen het zoete van het deeg en het bittere van de chocolade. Oh ja, en als we toch selectief mogen zijn kiezen we ook voor de allerbeste kwaliteit druppels. Want hoe hoger die kwaliteit, hoe meer cacao erin zit en hoe meer cacaoboter, en hoe sneller de chocolade smelt. Niets is meer anticlimax dan ongesmolten stukjes chocolade in je chip cookie­.

De boter
Die moet er hoe dan ook in. Maar moet die dan gesmolten zijn of kneed je gewoon boterblokjes op kamertemperatuur door het deeg? In principe kan het allebei. Maar gebruik je gesmolten boter dan loopt het koekje wat verder uit in de oven. Het voordeel van gesmolten boter is wel dat je die, door hem net iets langer te verwarmen, tot beurre noisette om kunt toveren. De goudbruine boter geeft extra veel smaak aan de koekjes. Lijkt je het een slim idee om voor bijvoorbeeld kokosolie te gaan, als vervanger van de boter? Niet doen, daar wordt het koekje hard en een stuk minder smaakvol van. Boter is echt essentieel voor de juiste smaak.

De suiker
Kies je voor kristalsuiker, rietsuiker of bruine basterdsuiker? Tasty zocht het uit en ontdekte dat kristalsuiker voor de ultieme knapperigheid en stevigheid zorgt, terwijl de bruine basterdsuiker je cookie een smeuïge touch geeft. We willen het natuurlijk allebei, juist die combi is zo perfect. En dus gebruiken we een mengsel van gelijke delen.

Koelen
Zoals al eerder gezegd: dit koekje hoort knapperige randen te hebben en in het midden nog lekker zacht te zijn. Dat lukt het best als je het deeg eerst even in de koelkast doet, voordat het de oven in gaat. Door te koelen wordt de boter die erin zit bovendien harder, en daarmee voorkom je dat je koekje uit gaat lopen in de oven.

De vorm
Wil je koekjes die perfect rond en gelijkmatig zijn, en allemaal op elkaar lijken? Gebruik dan een kleine ijsschep om het 
deeg mee op het bakpapier te leggen.  

Bakken
Het is belangrijk om de koekjes niet te lang te bakken. Houd je altijd netjes aan de baktijd van het recept. Het kan prima kloppen dat de koekjes er nog niet helemaal gaar uitzien als de timer aangeeft dat je ze eruit moet halen, maar haal ze er toch maar uit. Anders worden ze minder chewy.

Lees meer van Gitte Hessels