Duitse keuken

Duitse keuken: stevig, simpel en überlekker

De Duitse keuken doet niet aan minimalisme. Hier krijg je porties waar je u tegen zegt, met smaken die precies weten wat ze willen: comfort. Begin bij de klassiekers: een goed gepaneerde schnitzel (het liefst met citroen en aardappelsalade) of een dampende bratwurst van de grill. In Berlijn doen ze daar curry overheen – jawel, currywurst is een ding en het is heerlijk. Liever iets meer Zuid-Duits? Dan moet je spätzle of de cheesy variant käsespätzle proberen: zachte eierpasta, vaak overgoten met gesmolten kaas en gebakken uitjes. Geen zin om zelf te koken? Check het dichtstbijzijnde biergarten – die weten wat lekker is.

Knödels, kool en comfort in een kom

Warm, zwaar en troostrijk – dát is Duits comfortfood. Denk: sauerkraut met een flink stuk eisbein (gegaard varkensvlees), geserveerd met mosterd. Of een bord dampende maultaschen – ravioli-achtige deegkussens gevuld met vlees of groente. En natuurlijk knödel: zachte deegballen die elk bord vullen (en elke maag). Alles draait om laagjes: van roomsaus tot jus, van scherpe mosterd tot een goed glas pils. En als er ergens een salade verschijnt, is het waarschijnlijk een romige kartoffelsalat.

Apfelstrudel en andere zoete zaken

Duitsland doet ook zoet als een pro. Apfelstrudel is hét desserticoon – bladerdeeg, warme appel, kaneel en rozijnen. Maar vergeet ook bienenstich niet: een cake met amandel-karamel topping en vanillecrème. Zin in kerst? Dan zijn er altijd lebkuchen – kruidige koekjes die je huis meteen gezellig maken. Meer van het vette soort? Berliner bollen (gevuld met jam) of pfannkuchen (Duitse pannenkoeken) zijn je beste vrienden. En wie iets luxers wil: een stuk marsepein uit Lübeck smaakt net zo goed als het eruitziet.