Een ode aan de slavink

Met een duur stuk vlees of ingewikkelde bereidingswijze pak je iedereen snel in, maar soms is het een simpel, nederig product waar je eigenlijk het meeste zin in hebt. Toch? Daarom vandaag een ode aan een van de meest ondergewaardeerde stukken vlees: de slavink.

Foto van culinair journalist Emma de Thouars

Mals, gekruid varkensgehakt, helemaal ingewikkeld in vettig spek. Behalve als je een vegetariër bent, is er geen reden om niet helemaal gek te worden van deze vlezige traktatie. Toch heb ik nog nooit bij iemand gegeten en een slavink voorgeschoteld gekregen. Andersom maak ik ook nooit een slavink als ik gasten heb, maar waarom eigenlijk niet?

Heb jij weleens Vlaamse smeus gegeten? Zo niet: heel snel doen!

De slavink lijkt gedegradeerd te zijn tot iets wat we op dinsdag als onderdeel van de AVG eten. Iets wat je koopt als je vriend of vriendin de deur uit is en je achter gesloten gordijnen voor de tv wil eten. Kom op jongens, geef de slavink het podium dat hij verdient. Een goede slavink van de slager (of zelfgemaakt, als je echt indruk wil maken) is toch iets wat je met iedereen wil delen?

Dat het tergend lang duurt om een slavink goed te bakken, neem ik echt op de koop toe. Het binnenste moet helemaal gaar zijn want, ja, varken. Ondertussen mag de buitenkant niet verbranden, dus het vuur mag niet te hoog. De buitenkant mag wat mij betreft wel goed donker. Het beste stuk van de slavink is toch de knapperige, zoute buitenkant bij elke hap? Zodra die eerste hap in mijn mond zit, ben ik de lange kooktijd alweer vergeten.

Lees meer van Emma de Thouars