Turkse keuken

Turkse keuken: rijk, kruidig en altijd royaal

De Turkse keuken is een tafel vol: grote schalen, veel smaken en altijd plek voor nog een bordje. Begin met kebab, van sappige spiesen tot geroosterde döner, op een broodje of met rijst. Of kies voor een lahmacun: dunne, krokante bodem met gekruid gehakt – ook wel de Turkse pizza genoemd. Voor erbij? Een bord luchtige pilav, een flinke lepel sumak-uiensalade en een glas koude ayran. Of proef de klassieker onder de klassiekers: iskender kebab, overgoten met yoghurt, tomatensaus en gesmolten boter. Ja, dat wil je.

Gekruid, gevuld en met liefde gerold

Turks comfortfood is vaak gevuld. Denk aan manti (mini dumplings in yoghurt-knoflooksaus), of dolma en sarma: druivenbladeren of groente gevuld met rijst en kruiden. Of ga voor börek: knapperig filodeeg met kaas, spinazie of gehakt. Zin in streetfood? Dan zijn er pide (langwerpige pizza’s) of versgebakken gözleme van de plaat. En om het af te maken? Strooi wat pul biber over je gerecht – die milde, rokerige chilivlokken maken alles beter.

Zoet, plakkerig en verslavend goed

Turkse toetjes nemen geen genoegen met ‘een beetje suiker’. Hier krijg je baklava – laagjes filodeeg, noten en siroop – in duizend varianten. Of ga voor een stuk warme katmer met pistache en room. Iets lichter? Dan is er lokum (Turks fruit), zacht en geurend naar rozen, citroen of munt. Bij al dat lekkers drink je sterke thee óf sluit je af met een glaasje raki – als het feest mag blijven duren.