Brusselse wafel vs. Luikse wafel

Een luchtige en knapperige wafel met poedersuiker of een dik en mierzoet baksel met suikerklonten: jij wil ze allebei. Met de verschillen houd je je niet zo bezig. Ze komen toch allebei uit België? Ja, maar meer overeenkomsten hebben de twee wafels eigenlijk niet.

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

1. Beslag of deeg?

Het beslag voor een Brusselse wafel maak je van ei, boter, melk en bloem, maar zonder suiker en gist. Om de wafel toch luchtig te maken, klop je het eiwit goed op. In het deeg van een Luikse wafel zit wel gist, en lekker veel parelsuiker. Het is veel dikker en is daarom geen beslag maar deeg.

2. Speciaal wafelijzer

De Brusselse wafel bak je in een speciaal wafelijzer met twintig vakjes – tel maar na. Hoe meer beslag je gebruikt, hoe dikker en luchtiger de wafel wordt. Als je het goed doet, komt het baksel vierkant en met strakke zijkanten, lichtbruin en knapperig het ijzer uit, maar is-ie van binnen nog enorm smeuïg.

Een Luikse wafel is niet vierkant, maar ovaal, en heeft afgeronde hoeken. Een klassieke gaufre de liège heeft vierentwintig vakjes, maar als je voorverpakte supermarktwafels koopt, tel je er meestal een stuk minder. Het hete wafelijzer waarin je de Luikse wafel bakt, zorgt ervoor dat de parelsuiker aan de buitenkant karameliseert. De suikerstukjes aan de binnenkant blijven ondanks de hitte mooi heel. Het resultaat: een dikke, chewy wafel die zoeter is dan de Brusselse variant.

3. Toppings: ja of nee?

Omdat je Brusselse wafels zonder suiker maakt, hoort er chocolade, een dikke klodder slagroom, een handvol aardbeien of gewoon flink veel poedersuiker op. Op een Luikse wafel is zelfs dat beetje poedersuiker not done: hij is al zoet genoeg van zichzelf, en is daarom lekkerder om droog op te eten.

Lees meer van Gitte Hessels