De ultieme Worstbijbel

Worst draaien: volgens de auteur van de Worstbijbel een typisch mannelijke aangelegenheid. Hij spreekt over keukenprinsesjes met testosteron, voetbal, bier en ook de klusgrage man ontbreekt niet – en ik ben pas bij de inleiding van het boek.

Foto van culinair journalist Renée Conradi

Meneer Wateetons, zo noemt hij zichzelf, weet uit ervaring dat te veel van zulks resulteert in rap dalende populariteit. Ook weet hij dat je het altijd weer kunt goedmaken door anderen te laten meedelen in je worst. Dat ook daar geen woord van is gelogen, ervaar ik te midden van een stel angstige mannen tijdens een worstworkshop van Meneer zelf.

M.E.N.G.K.O.U.D.

De workshop staat in het teken van de basis: verse worst. Wie eigenhandig een smakelijke worst weet te draaien, ziet een glorieuze toekomst vol salami’s, bloedworsten en voor de liefhebber zelfs vegetarische worsten tegemoet. Terwijl we een kilo varkensvlees door de gehaktmolen jagen, vertelt Meneer ons dat je in principe maar één vuistregel hoeft te onthouden: M.E.N.G.K.O.U.D.

Oftewel: zorg ervoor dat je worstvlees – in ieder geval tot het veilig en wel in die darm zit – zo koud mogelijk is en meng het gehakt alsof het een lieve lust is. Meppen, smijten, die vuisten erin: alles mag om ervoor te zorgen dat de eiwitten in het vlees loskomen en je achterblijft met een kleverige vleesbal. Dat is namelijk essentieel voor een samenhangende en sappige worst.

Intermezzo

Even een kort intermezzo, want die gehaktmolen is dus helemaal geen fancy apparaat en komt gewoon van Marktplaats. Voor vijftien euro heb je er al een. Bij de plaatselijke kookwinkel schaf je vervolgens voor om en nabij de vijf de euro een plastic vulhoorn aan en je bent helemaal klaar om je eigen worsten draaien.

‘Goed en wel in elkaar gebeukt is het worstvlees klaar om voor de tweede keer door de molen te gaan’

Zenuwachtig gelach

Terug naar het worstvlees, want goed en wel in elkaar gebeukt is het klaar om voor de tweede en laatste keer door de molen te gaan; dit keer regelrecht de darm in. We vullen de hoorn tot hij helemaal is gevuld met worstvlees. Vervolgens rollen we – onder het zenuwachtige gelach van een stel kerels, want oh wat is dit grappig – ruim anderhalve meter dunne darm eromheen. Dan komen we aan bij het leukste onderdeel van dit alles: vullen! Het best doe je dit met zijn tweeën: de een vult portiegewijs de gehaktmolen met het worstvlees, terwijl de ander langzaam de darm van de vulhoorn afrolt. Aan mij de eer deze taak op me te nemen.

Hup-hup-hup-hup-hup-methode

Een paar minuten later heb ik enigszins onwennig, en ik ben echt wel wat gewend, een worst van anderhalve meter in mijn handen. Nog even knopen volgens Meneers hup-hup-hup-hup-hup-methode en dan het is een feit: ik heb mijn eigen worst gemaakt en hij is lekkerder dan alle worsten die ik ooit heb gehad. Het begin van een nieuw tijdperk, want met de Worstbijbel in mijn boekenkast heb ik de komende maanden mijn handen vol. Van malen tot knopen en van drogen tot roken; in dit boek staat alles, maar dan ook werkelijk alles over worst.

Psychoanalyse van de worstdraaiende vrouw

Rest mij nog een laatste vraag aan de auteurs: Is er in de eerstvolgende herdruk naast de psychoanalayse van de worstdraaiende man ook ruimte voor een dergelijke beschouwing over de vrouw? Gezien het feit dat Meneer aan het eind van de avond eigenhandig de vloer ontdeed van vleesresten, lijkt me dat wel zo fair. Daarnaast lijkt dat me pas echt grappig.


de cover van de Worstbijbel van Meneer Wateetons

Titel: Worstbijbel
Auteur:
 Meneer Wateetons
Uitgeverij: Carrera Culinair
Prijs: €29,99


 

Lees meer van Renée Conradi