Doen: bier in je beslag

Bier is een geweldige basis voor beslag. De bubbels, de alcohol en het schuim maken alles wat je met dit beslag maakt (of erin onderdompelt) lekkerder. Hoe dat kan? We leggen het je uit.

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

Bubbels maken luchtig

In bier zit koolzuur en daardoor wordt je beslag luchtiger dan wanneer je het maakt met water. Dat zit zo: gas lost op bij lagere temperaturen. Als je bierbeslag in een hete (frituur)pan legt, blijven die bubbels dus juist langer intact. Het bierschuim zorgt ervoor dat het nog wat langer duurt voordat ze barsen, en zo krijgt het beslag een lekker luchtige en krokante textuur.

Snelle beschermlaag

Eenmaal blootgesteld aan hitte verdampt het beetje alcohol in het beslag heel snel – veel sneller dan bij water. Die hitte gaat dan in het beslag zitten. Als je frituurt zit die hitte dus in de coating, en niet in bijvoorbeeld de vis. Die kan, op lagere temperatuur, langzaam gaar worden. Werk je met bierbeslag, dan is de kans dat iets te gaar wordt dus vrij klein. Die struggle heb je wel regelmatig met normaal beslag.

Subtiele smaaktwist

Bier geeft je beslag een iets andere smaak. Een beetje bitter, zoet of just fruitig: het hangt ervan af van welk type bier je gebruikt. Gebruik nooit te grote hoeveelheden bier om er zeker van te zijn dat de smaak niet gaat overheersen.

Nodig: maar vier ingrediënten

Je maakt bierbeslag met bloem, bier, ei en zout. Meer heb je niet nodig. Bovendien is het supersnel klaar. Je kunt er talloos veel eten in onderdompelen en het even frituren. Maak je er liever pannenkoeken mee? Check dan Jamie Oliver’s recept voor beerpancakes.

Lees meer van Gitte Hessels