Ken je kintsugi al?

Je bord in duizend stukjes kapot laten kletteren? Dan belanden de scherven eigenlijk altijd in de prullenbak. In Japan niet: daar lijmen ze de stukken gewoon weer aan elkaar. Kintsugi, heet dat. Het is een oeroude techniek.

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

Er was eens… 
… een Japanse keizer. Die stuurde zijn gebroken theepot terug naar China om hem daar te laten repareren. Nou, dat moet hij geweten hebben. Hij kreeg de pot terug met tientallen goedkope nietjes erin. Dat moest beter kunnen, vond hij. En vooral mooier. En dus bedachten zijn hulpjes iets heel nieuws: kintsugi. Althans, dat schijnt het verhaal achter het ontstaan van de techniek te zijn.

Filosofie 
Kintsugi is een techniek waarbij je gebarsten of gebroken servies weer aan elkaar plakt. Niet met nietjes, kit of secondenlijm, maar met vloeibaar bladgoud. Iedere breuk wordt zo benadrukt in plaats van onzichtbaar gemaakt.

Sommigen vinden het meer dan alleen een techniek. Het is een filosofie, beweren ze. Die laat zien dat beschadigingen, butsen en scheuren bij het ‘leven’ van het servies horen en dat het niet meteen een reden is om iets weg te gooien. Sterker nog: door het te lijmen met goud ontstaat er bijvoorbeeld een bord dat misschien nog wel leuker is dan dat het was, en zo maakt een breuk maakt het geheel uiteindelijk alleen maar mooier. 

Moderne variant
Nu willen wij dus ook borden en kommetjes kapot laten vallen. De ontdekking van de week: een Nederlands designmerk kwam even geleden met new kintsugi. Een soort goedkope versie met lijm die je mengt met goud poeder. Het spul smeer je op de scherven en die plak je dan tegen elkaar. Wij willen het proberen!

Foto: Vimeo, Humade

Lees meer van Gitte Hessels