Streetfood uit Colombia

Streetfood: we kunnen er niet over ophouden. Gelukkig is er over de hele wereld nog genoeg nieuws te ontdekken. Iedere keer reizen we af naar een nieuw land. Vandaag: het Zuid-Amerikaanse Colombia. Daar eet je onder andere mangoslierten met zout-limoendressing en geplette bakbananen.

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

Oblea
Een grote, ronde en flinterdunne wafel, die wordt besmeerd met een dikke en plakkerige laag arequipe (een soort karamel). Daar gaat vervolgens lekker veel geraspte kaas en blauwe bessenjam op. En dáárbovenop komt nog een wafel. Maar wacht even, kaas en karamel? Dat klinkt als een vreemde combi. Toch is het dat niet. De kaas is vrij mild en voegt daarom niet zoveel toe aan smaak, maar wel qua textuur. Oh ja: sommige verkopers proberen de aandacht te trekken met nog veel vreemdere combi’s en discodip. Niet intrappen, de klassieke oblea-topping is veel lekkerder.

Bretzels of pretzels?

Mango Biche
Voor 2000 peso (ongerekend iets minder dan een euro) koop je in Colombia en soort mango-noedels in een bekertje. Eigenlijk is het gewoon een nog net niet rijpe mango, in slierten gesneden en getopt met zout en limoen. Het schijnt dat je mond ervan gaat tintelen. Wij willen ook!

Salpicón
Een fruitsalade en smoothie tegelijk. Wat er allemaal in zit? Stukken banaan, papaya, watermeloen en mango, badend in een papaya-puree. Het fruit is perfect rijp. Zo rijp, dat je je afvraagt of er niet stiekem suiker aan de salpicón is toegevoegd. Het antwoord: nee, echt niet. Tenzij je zelf om meer zoet vraagt. Want varianten met frisdrank of room erin of ijs erbovenop zijn heel normaal in Colombia.

Patacones
Om patacones te maken worden bakbananen gebruikt die nog niet helemaal rijp zijn. Nog een beetje groen dus, anders zijn ze te zoet. De bananen worden in dikke pakken gesneden, in gloeiendhete olie ondergedompeld en dan mogen ze even afkoelen. Daarna worden de plakken geplet en gaan ze nog een keer het frituur in, zodat ze überknapperig worden en een goudgeel laagje krijgen.

Buñuelos
Buñuelos worden in Colombia op vrijwel iedere straathoek verkocht. We snappen wel waarom: de balletjes zijn heel makkelijk om zelf te maken. Wat je nodig hebt: queso blanco (witte kaas), tapiocameel (haal je bij de toko) en ei. De drie ingrediënten kneed je tot een balletje en gooi je in de olie. Het is de bedoeling dat je de buñuelo als hij een beetje afgekoeld is gelijk opeet, anders wordt hij hard.

Lechona
Een varken dat wordt gevuld met rijst, gele erwten en groene ui, en dan acht uur lang de tijd krijgt om te garen aan het spit. Op je bord krijg je een stuk vlees met een krokante en vettige buitenkant en een supermalse binnenkant.

 

Lees meer van Gitte Hessels