Wij willen schaafijs!

Schaafijs is de ultieme verkoeling op dagen waarop de temperatuur boven de 25ºC uitkomt en je eigenlijk alleen maar in het zwembad wil hangen. Hoewel, dit lijstje is op zichzelf ook al redelijk verkoelend. We zetten al het schaafijs dat je wereldwijd kunt vinden voor je op een rij. Want van Costa Rica tot Pakistan: veel landen hebben hun eigen variatie.

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

Raspado

In Mexico kom je overal raspados tegen: bekertjes met schaafijs (raspar betekend schaven in het Spaans, vandaar de naam) doordrenkt met siroop en lechera (gecondenseerde melk) en bovenop fijngesneden fruit. De siroop wordt vaak zelf gemaakt en is daarom wat dikker en steviger dan de chemische supermarktsiroop. Je kunt voor een simpele raspaso kiezen, maar ook voor bijvoorbeeld een mangoyada: een beker vol schaafijs met typisch Mexicaanse snoepjes, chamoysaus (zoet-pittige saus van abrikozen, tamarinde en guajillopepers) en mangostukjes. Die ziet er zo uit:

Granizado

Met name langs de lange stranden van Costa Rica vind je ze: verkopers die achter hun gammele kraampjes schaafijs verkopen. IJs schrapen, kolasiroop (die overigens niet naar Cola smaakt) en melkpoeder eroverheen, gecondenseerde melk erbovenop: that’s it. Wie iets spectaculairders wil reist naar schiereiland Puntarenas en kiest voor een churchil: een granizado met dezelfde ingrediënten, getopt met een bolletje vanille-ijs en stokjes van koekdeeg.

Piragua
In Porto Rico kom je langs de kant van de weg af en toe een klein, rood met geel gekleurd karretje tegen, een soort mini-huisje. Het is een karretje van een piragüero – ja, zo worden de schaafijsverkopers daar genoemd. Voor een dollar schraapt de piragüero supersnel wat ijs van een groot blok dat hij in zijn kar heeft staan, om het vervolgens in een bekertje te scheppen. Klein detail: met een speciale holle vorm maakt hij een puntje bovenop het gecrushte ijs. En dan mag er siroop overheen. Je kiest uit heel veel soorten: met fruitsmaken, denk aan water honingmeloen en guave, maar ook siroop met smaken als anijs en ajonjolí (sesam).

Chua bing

In Taiwan eet je superfijn en sneeuw-achtig ijs, dat wordt geschaafd van een bevroren blok met melk. Daarbovenop komen superveel toppings. Denk aan rode adukibonen, groene mungbonen, tapiocaballetjes, blokjes ai yu (citroenjelly) en geroosterde pinda’s. Ook onmisbaar: heel veel ijskoud vers fruit, en dan met name mango, kiwi en aardbei.

Patbingsu

Als het in Zuid-Korea flink heet is vind je er plotseling overal patbingsu. Geschaafd ijs met pat (rodebonenpasta). Vaak komen daar nog toppings bovenop: tteok (Koreaanse gestoomde rijstcake), blokjes jelly en bevroren melk bijvoorbeeld. Leuk feitje: het ijs is zo populair dat het in de zomer ook op menu’s van veel fastfoodketens, waaronder de Mac en de Burger King, opduikt.

Kakigori

Kakigori is een bergje van heel fijn schaafijs in een bakje, dat wordt doordrenkt in suikerwater of siroop en soms getotp met gecondenseerde melk. In Japan koop je de simpele varianten op vrijwel iedere straathoek. Hoewel het typisch streetfood is, zijn er de laatste jaren ook steeds meer ‘echte’ zaken waar je kakigori kunt kopen. Die gaan los met smaken als yuzu (een Japanse citrusvrucht), groene thee en gesuikerde kastanje.

Halo-halo

In de Filippijnen betekent halo-halo iets als mix-mix. We snappen waarom het ijsje zo heet, want alle ingrediënten – schaafijs, zoete bonen, gecondenseerde melk en ingeblikt fruit – hoor je goed te mengen. Er zit overigens ook vaak jackfruit, maïs, kokospulp en halayang ube, een soort paarse jam, in. FavorFlavs Emma proefde het en heeft er een duidelijke mening over: ‘Viés! Komt omdat er allemaal van die rode bonen in zitten. Daar moet je echt van houden.’

Bat ba ang sarap mo pag summer? ❤️❤️❤️ #halohalo #summerfeels

A post shared by Harry Singson (@harry_singson) on

Nam kang sai

In Thailand pakken ze het groots aan: daar staat de verkoper achter een reusachtige kraam met tientallen bakken vol met toppings. Blokjes mango, felgekleurde tapiocaballetjes, gekookte witte rijst, geroosterde kastanjes: niets is te gek. Zo ziet het eruit. Je mag de toppings uiteraard zelf kiezen, maar wie last heeft van keuzestress vraagt gewoon om een ruam mit, want dan kiest de verkoper voor je. Hij schept ze in een kommetje, schept er een bol schaafijs op en schenkt de kom vol met kokosmelk en zoete siroop.

Gola Ganda

In Pakistan wordt het ijs niet geschaafd maar geplet een speciale machine waaraan je moet draaien. Je krijgt dan wel hetzelfde resultaat: gecrusht ijs. Dat wordt in een vorm gestopt (vaak gewoon een beker) en stevig aangedrukt. Stokje erin, siroop eroverheen, omdraaien en uit het bekertje halen. En dan heb je een ijsje op een stokje. In Pakistan noemen ze het gala granda, in buurland India heet het chuski. Daar wordt het schaven ook weleens met de hand gedaan.

 

 

 

Lees meer van Gitte Hessels