People

Pareltjes

Lotje Deelman was redactiechef van ELLE Eten, werkt al bijna 15 jaar voor de Allerhande en werkte achter de schermen aan televisieprogramma’s als MasterChef, de Worsten van Babel On Tour en De Nieuwe Lekkerbek. Ze at varkenspoot met Anthony Bourdain en flirtte met Gordon Ramsay in zijn Aston Martin. Lotje is (co-)auteur van meer dan tien kookboeken en is in haar keuken op het Drentse platteland nooit te beroerd om iets in de fik te steken. Op FavorFlav ventileert Lotje wekelijks wat haar bezighoudt. Met deze keer: het zware leven dat televisiemaken heet.

Foto van culinair journalist Lotje Deelman

Ik voel de lauwe warmte van de gegrilde sardientjes door de stof van mijn tas heen tegen mijn heup. De papieren placemats waar ik ze in gewikkeld heb, worden al een beetje vochtig en kunnen het elk moment begeven, dus ik moet opschieten. Nog maar een klein stukje naar de auto.

Russische roulette

Ik ben een groot voorstander van het nemen van risico’s. Dan heb ik het niet over Ayahuasca of Russisch roulette. Ik bedoel kleine dingen, zoals verhuizen naar Drenthe, kijken hoe hard je motor kan (170, harder durfde ik niet) of kogelvis bestellen in een vet vage sushibar. Een risico nemen maakt je alerter, wakkerder. Hoe het ook uitpakt, wakker voelt altijd goed. Ook als het leidt tot sardientjes in een natte placemat.

Ik ben dus op reis en ik mag niet zeggen waar. Ik ben op een recce. Spreek uit als ‘gekkie’, maar dan met een r in plaats van een g. Het betekent verkenningstocht, maar dat klinkt alsof ik een padvinder ben. Recce is een term uit het leger en klinkt alsof ik een geheim agent van de Mossad ofzo ben. Ik mag niet zeggen waar, omdat de bestemming een verrassing is voor de kandidaten van het kookprogramma dat ik aan het voorbereiden ben. Denk zon, zee en olijfolie. Die kant op.

Varkenswang

Op elke reis hoop je pareltjes te vinden. Restaurants waar vrachtwagenchauffeurs onder tl-buizen in rode wijn gestoofde varkenswang zitten te eten, tankstations langs de snelweg met geniale ijskoude frambozengebakjes, een bar met drie schreeuwende televisies en Bellini’s van verse, rijpe, witte perzik. Een pareltje kun je elk moment tegenkomen, als je er maar voor openstaat. Als je bereid bent risico’s te nemen.

Dus zit ik op een kapotte plastic stoel op het terras van een schimmig restaurant, in een donker en koud straatje in een lelijk mediterraan dorpje naar een smoezelige menukaart te kijken. De mevrouw van de bediening vertrouwt ons toe dat de lamsbout het aller-allerlekkerste is van de kaart. Zo lekker, zegt ze, dat geloof je niet. Mijn hart maakt een sprongetje. Lamsbout? Pareltje? Ze heeft een droevig gezicht en een doorrookte, raspende stem, maar hele lieve ogen.

Dood schaap

Als ik naar binnen ga om naar de wc te gaan, ruik ik het lam, dat bij ons echt schaap zou heten. De geur van dood schaap hangt als klamme, warme deken over het restaurant. Een jong schaap was het niet. Een mager schaap ook niet. Als de mevrouw terugkomt, bestel ik de gegrilde sardientjes. De zee is immers echt vlakbij, ook al zie je hem vanaf hier nu even helemaal niet. Ze lijkt teleurgesteld dat ik haar lam niet zie zitten.

Omdat ik de mevrouw met de lieve ogen en het steeds droeviger gezicht niet nóg een keer wil kwetsen, wikkel ik de sardientjes na één ontluisterend bedorven hap razendsnel in twee papieren placemats en stop ze in mijn tas, tussen mijn portemonnee en mijn zijden sjaaltje. Ik hoop maar dat ze zo meteen niet ziet dat die placemats weg zijn. En dat er helemaal geen graten liggen op het gratenbordje. Schijnheilig maak ik uitgebreid mijn handen schoon met het uitgedroogde citroendoekje uit een zakje.

Vandaag geen pareltje…

Lees meer van Lotje: