Food stories

Pijnboompittensyndroom bestaat (en je wil er geen last van krijgen)

Wel eens last gehad van een bittere, metaal-achtige smaak in je mond na het eten van pijnboompitten? Dan ben je niet de enige. Hoewel het niet heel vaak voorkomt is het een lastig kwaaltje, waar mensen wel weken (!) last van kunnen hebben. Hoe komt dat?

 

Foto van culinair journalist Delilah Warcup - van Eyck

Het probleem ontstaat vaak niet eens tijdens het eten van de  pijnboompitten, maar kan dagen ná consumptie optreden en lang aanhouden. Het staat ook wel bekend als PNS (Pine Nut Syndrome), maar omdat het niet al te vaak voorkomt wordt er weinig onderzoek naar gedaan. De meest recente  resultaten lijken die van de Leidse universitair geneticus Ben Zonneveld te zijn. Hij is gespecialiseerd in het bepalen van de hoeveelheid DNA per celkern (de genoomgrootte) van planten, en kan zo goed onderscheid maken tussen verschillende plantensoorten – zo ook tussen verschillende soorten pijnboompitten.

Of je op een stuiver sabbelt

Het lijkt erop dat niets de smaak kan verdrijven en het is voor de mensen die er last van hebben super vervelend. Wel verdwijnen de klachten vanzelf weer maar ze kunnen tot wel twee weken aanhouden en zo overheersend zijn dat alles wat mensen in die dagen eten of drinken bitter, metalig en vies smaakt.

Kat in de zak

Volgens de wereldvoedselorganisatie FAO (de Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties), zijn er 29 dennen/pijnbomen waarvan de pitten eetbaar zijn. Zonneveld onderzocht de genoomgrootte van de meest gangbare pijnboompitten die Nederlandse supermarkten verkopen, en na uitvoerig zelf testen (met tegenzin, want hij en zijn vrouw zijn beiden gevoelig voor PNS), kwam hij erachter dat de boosdoener met grote waarschijnlijkheid de goedkope massa geproduceerde Pinus armandii is; een klein, ovaal, grijzig pitje. Wetenschappers zijn terecht heel voorzichtig met conclusies trekken als er geen verder bewijs door anderen gevonden wordt, maar zoals gezegd is er verder helaas geen onomstotelijk bewijs aangeleverd. Het lullige is dat, mocht die P. armandii nou echt de veroorzaker zijn, hij ook nog wel eens in zakjes voorkomt waarin een mix van verschillende soorten zit. Zo weet je dus nooit of je pech hebt met een zakje. Het veiligst lijk je te zitten met de wat kostbaardere pitjes, en als je ze bij de notenboer kan kopen vraag dan vooral naar de kwaliteit.

Hiermee wordt pesto eten toch net weer een beetje spannender, niet? Het is maar net wat je living on the edge vindt, maar een goeie zelfgemaakte pesto kunnen wij toch niet laten staan… En anders kan je altijd nog aan de slag met een pesto met andere noten!

Bronnen: Leids Universitair Weekblad, Gezondheidsnet, Kassa

Lees ook:

 

 

Geen foodnews Missen?

Ontvang tweewekelijks een update in je inbox