Opinionated

Delen, da’s lief

Lotje Deelman was redactiechef van ELLE Eten, werkt al bijna vijftien jaar voor de Allerhande en werkte achter de schermen aan televisieprogramma’s als MasterChef, de Worsten van Babel On Tour en De Nieuwe Lekkerbek. Ze at varkenspoot met Anthony Bourdain en flirtte met Gordon Ramsay in zijn Aston Martin. Lotje is (co-)auteur van meer dan tien kookboeken en is in haar keuken op het Drentse platteland nooit te beroerd om iets in de fik te steken. Op FavorFlav ventileert Lotje wekelijks wat haar bezighoudt. Met deze keer: sharing is caring.

Foto van culinair journalist Lotje Deelman

Er zijn natuurlijk een heleboel manieren om te zien of iemand een goed mens is. Bij collega’s, vrienden, de jongen naast je in de trein, je moeder, je geliefde, je baas, je broer: ik kijk altijd of ze bereid zijn hun eten met me te delen.

Ik vind het een van de liefste dingen die er bestaan: dat iemand je te eten geeft, iets voor je kookt of maakt of iets lekkers voor je haalt. Dus niet dat je ervoor betaalt bedoel ik hè, zoals in een restaurant, en ook niet dat je een zwerver bent en anders doodgaat van de honger, maar gewoon, omdat iemand je aardig vindt. Dat ie een broodje voor je maakt of haalt, omdat ie opving dat je niet hebt ontbeten. Je de grootste helft van een gevulde koek geeft omdat ie ziet dat je spijt hebt dat je er niet ook eentje gekocht hebt.

Tussen verlangen en lijden

Of een sinaasappel. Ik vind sinaasappels heel lekker, maar ik hou niet van pellen. Strakke schil, witte velletjes, vieze handen. Soms deelt iemand, gewoon, op kantoor, een collega die je niet eens zo goed kent, onverwacht een sinaasappel met je. Zomaar. Of een zak snoep, in de auto, als jij rijdt. Af en toe een winegum of een roze cadillac (dus niet die schizofrene die half drop half winegum zijn, gatver) precies op het goeie moment, als de vorige net lang genoeg op is en je verlangt naar de volgende, maar nog niet echt lijdt. Ergens tussen verlangen en lijden in. Dat moment.

Groen kontje

Ook lief: als je ziek bent en iemand (je moeder, als je zo’n soort moeder hebt, of een vriendin of je vent) heel erg zijn best doet om het je naar de zin te maken. Met eten. Je bent ziek, maar niet superziek, dus je weet heel goed in wélke dropjes je zin hebt, of in wélke kippensoep (alléén die ene, bio, uit die glazen pot, met minder water dan op de pot staat), of misschien zelfs wel in een halve banaan, maar dan wel een beetje een rijpe maar ook weer niet met bruine vlekken, maar zeker geen groen kontje, beetje ertussenin eigenlijk…

Wijn. Daaraan kun je trouwens ook heel goed zien of iemand écht om je geeft. Als je niet goed uitkomt met het aantal slokken wijn in je glas en het aantal happen op je bord, en dat die ander dan zonder vragen de helft uit zijn eigen glas (de fles is namelijk al leeg) in dat van jou schenkt.

Patatjes

Een patatje delen, daar moet ik ook opeens aan denken. Die keren dat je niet genoeg geld had voor twee porties (is dat echt ooit gebeurd of verzin ik dat?), of niet genoeg honger (dacht je), en dan om beurten een patatje pakken, en dat die ander expres dan de kleinste, de lelijkste, de donkere en de scheve neemt, zodat jij die mooie goudbruine rechte lange kan pakken. En dat die ander dan af en toe de mayo overslaat omdat ie ziet dat jij anders niet uitkomt met je patatjes. Da’s ook heel lief.

Geen foodnews Missen?

Ontvang tweewekelijks een update in je inbox