Eetgids: Valencia

Ik plande mijn tijd in deze heerlijke Spaanse stad om mijn restaurantreserveringen heen. Ik at mijzelf tonnetje rond en het was een feest. Dus, het allerlekkerste voor je op een rij.

Foto van culinair journalist Sophie Abelsma

Het eten en drinken in Spanje is vergeleken met Nederland spotgoedkoop, daar hoef je het echt niet voor te laten. Bereid je dus voor op een enorm eetfestijn.

Ochtend

Een dag in een Spaanse stad begint tranquilo. Spanje komt ‘s ochtends laat op gang, de meeste winkels en musea gaan pas tussen 10.00 uur en 11.00 uur open. Ontbijten kan vaak vanaf 9.30 uur – veel eerder is lastig.

Het ontbijt is in Spanje een onbelangrijke maaltijd. Veel meer dan een zoet broodje met koffie of een stuk toast met tomaat moet je niet verwachten. Behalve als je naar Dulce de Leche gaat. Je zal er weinig Spanjaarden tegenkomen, maar eet er wel een heerlijk brekkie. Vers gebakken broodjes met mortadella bijvoorbeeld, of een croissant met ham en kaas uit de oven. Een cortado (espresso met een scheut warme melk) en een zumo de naranja (verse jus) erbij en je bent klaar voor de dag.

Middag

Een reservering voor lunch maak je op z’n vroegst om 14.00 uur, maar om 15.00 uur is ook prima. De lunch is de hoofdmaaltijd van de dag, dus daar neemt de gemiddelde Spanjaard graag de tijd voor. Tussen 14.00 uur en 16.30 uur zijn de meeste winkels en musea dan ook dicht. Iedereen moet immers eten en daarna even tukken.

Arroz (rijst) wordt ‘s middags gegeten. Als je ‘s avonds in een restaurant een pan paella bestelt, wordt je raar aangekeken. Paella komt oorspronkelijk uit de provincie Valencia, dus hier smaak ‘ie het lekkerst. Het gerecht is onwaarschijnlijk lekker en moet je gegeten hebben. Als je maar één dag in Valencia hebt, bestel dan paella als lunch bij Navarro: een familierestaurant midden in het centrum. Ik at de paella hier met inktvis door de rijst en een kreeft er bovenop, maar volgens het originele paellarecept wordt de rijst met kip, konijn en slakken gegeten. Deze variant hebben ze ook bij Navarro.

Als je nog een middag in Valencia hebt, ga dan naar Canalla Bistro. De bistro van topchef Richard Camarena. Hij heeft ook twee sterrenzaken in de stad, maar deze bistro is te gek en stukken goedkoper. Een lunchmenu eet je voor € 15,-. Geen grap. Je krijgt dan, als je met z’n tweeën bent, drie voorgerechten om te delen en allebei een hoofdgerecht en een dessert. En het is verrukkelijk. Gegrilde mozzarella met krab-pesto en yuzumayonaise en salade van courgette, groene mango en parmezaan waren mijn lievelingsgerechten. Maar volgens mij verandert het menu regelmatig, dus het kan zijn dat die gerechten niet op het menu staan.

Snack

Spanje is een snackland. Sowieso krijg je bij elk biertje dat je bestelt een bakje nootjes en daar houd ik van.

De lekkerste snack at ik bij Tasca Angel, een piepklein zaakje in het centrum. Je staat tussen de Spanjaarden aan een minibarretje en er wordt in het Spaans tegen je geschreeuwd en om je gelachen. Gewoon teruglachen is mijn advies, het is het allemaal waard. De sardientjes zijn beroemd. En terecht, ze zijn fantastisch. Voor €4,- krijg je zes visjes en voor een euro meer krijg je zoveel brood als je wilt. En dat brood heb je nodig om de olie waarin de vissen liggen op te deppen.

In de Mercado Central, de centrale markthal, at ik bij Central Bar heerlijke croquetas de bacalao (kroketten van kabeljauw en aardappel).

Dit mag je ook niet overslaan: een bocadillo con tortilla (een broodje met Spaanse tortilla). Ik had geen eet-tijd meer over, dus ik heb dit broodje op weg naar huis op een treinstation gekocht en opgegeten in het vliegtuig terug. Zelfs op het station maken ze goede broodjes.

En koop turrón om mee naar huis te nemen. Hier lees je wat dat is.

Avond

‘s Avonds ga je rond 22.00 uur aan tafel voor tapas. Natuurlijk zijn er zaken waar de Hollander om 18.00 uur terecht kan voor een avondmaaltijd, maar die restaurants zijn speciaal ingericht voor toeristen. Ik zou zeggen: pas je aan en ga mee in het ritme van het land. Het is heerlijk.

Mijn eerste avond in Valencia at ik bij Jamón Jamón. Al doet de naam van de zaak vermoeden dat je in een toeristenval bent gelokt, was dit de beste eerste avond die ik mij kon wensen. Ik at hier foie op toast, sappige gegrilde octopus met romesco (een soort pesto van amandel en geroosterde paprika), morcilla (bloedworst gevuld met rijst) en natuurlijk een plank met manchego (Spaanse schapenkaas) en jamón iberico (Iberico ham). Een feestje.

Casa Montaña is een klassieker vlakbij het strand waar ik de lekkerste sepia a la plancha (inktvis) ooit heb gegeten. Ook de aioli bij de patatas bravas (gebakken aardappelen) was mindblowing. Ik was er ‘s middags, maar het restaurant is ook open voor diner. Ook fijn: ze hebben een uitgebreide wijnkaart waarover ze je goed kunnen adviseren.

Reserveren

Is belangrijk. Deze zaken lopen stuk voor stuk als een trein, dus zonder reservering loop je hoogstwaarschijnlijk na één minuut beteuterd de deur alweer uit. En dat is zonde.

Lees meer van Sophie Abelsma