Geen nasi zonder trassi

Het stinkt, het ziet er vies uit en ik zou je niet willen adviseren er zo een hap van te nemen. Toch is het een van de beste smaakmakers around en is het een onmisbaar ingrediënt in de nasi goreng en soto ayam. Ik heb het over trassi: de definiërende smaakmaker uit Zuidoost-Azië.  

Foto van culinair journalist Renée Conradi

Trassi is verkrijgbaar bij de toko als geperst blok, als pasta en als poeder. Het is gemaakt van in de zon gefermenteerde rauwe en gezouten garnaaltjes en het stinkt echt enorm. Alhoewel, het heeft ook wel weer iets – zolang je die slaapkamerdeur maar goed dichthoudt. Gelukkig is trassi uit de Nederlandse toko, in tegenstelling tot die je in Azië koopt, bijna altijd geroosterd; op het etiket staat dan trassi bakar. De geur valt daardoor relatief gezien mee.

Zo smaakt het

De smaak van trassi laat zich moeilijk omschrijven, niet in de laatste plaats omdat je het natuurlijk niet eet als opzichzelfstaand ingrediënt. Het heeft een vissige, umamirijke en zoute smaak. Hartiger kan bijna niet. Je gebruikt het doorgaans aan het begin van de bereiding van een gerecht; bijvoorbeeld bij het aanbakken van de uien, de knoflook en de gember. Nog veel belangrijker dan de concrete smaak ervan, is dat je het gelijk proeft als de trassi in een gerecht mist. Nasi goreng zonder trassi smaakt naar rijst met ketjap manis en de bouillon voor soto ayam smaakt vlak als je er geen lepeltje trassi in smoort.

Deze Indonesische pandanflesjes zijn het ultieme dessert

Zo gebruik je het

Heb je bij de toko een blokje trassi gekocht? Met een mes schraap je gemakkelijk de juiste hoeveelheid eraf. De pasta komt in een klein potje en verdun je het best eerst met wat water om het goed te kunnen verdelen. De poeder is klaar voor gebruik en strooi je zo in de gewenste hoeveelheid over de andere smaakmakers. Pas in alle gevallen op met de hoeveelheid. Doorgaans is een halve theelepel meer dan genoeg om je gerecht die kenmerkende hartige smaak mee te geven.

Lees meer van Renée Conradi