Opinionated

Als je ober een bukker blijkt te zijn

Adeline houdt van eten, veel en vaak, en zowel thuis als er buiten. Nu gaat dat vaak goed, maar soms ook niet. In de serie Sunday Roast deelt ze haar verwonderingen. Dit keer: de bukkende ober.

Foto van culinair journalist Adeline Mans

De man vond het gezellig dat we een hapje kwamen eten. Persoonlijk vind ik dit een gevaarlijke eerste uitspraak voor een ober, zowel het hapje als het gezellige aspect. Want vrouwen kunnen verrassend grote eters zijn, dus laat dat ‘je’ maar achterwege. En gezellig is gevaarlijk, want als je ooit in de horeca werkte dan weet je dat een op het eerste gezicht ge-zel-li-ge tafel zich met bloedspoed kan ontwikkelen tot de gasten from hell. Maar soit, ik waardeerde zijn enthousiasme. Alleen deed hij iets, waarvan ik hoopte dat het gewoon per ongeluk was, een eenmalig iets, foutje bedankt, dat werk, maar niets was minder waar. Onze ober bleek een bukker.

Voor je nu allerhande vunzige gedachten krijgt, ik bedoel een bukker die aan komt lopen met een stapel menu’s, wat brood en de wijnkaart, jij zit al een soort van klaar om hem vanaf rechts over je schouder aan te pakken en ineens gaat de beste man in een vloeiende beweging op zijn hurken (ik zoek de hurken trouwens mijn hele leven al, kan iemand me vertellen ter hoogte van wat die zich bevinden?) naast de tafel zitten, waardoor alleen zijn hoofd overblijft. En dat voelt op alle fronten raar.

Op je boze bolletje

Ten eerste vind ik het gewoon geen gezicht, zo’n bukker naast je tafel. Het ziet er een beetje uit alsof de persoon in kwestie vier jaar is en voor het eerst boven het randje uitkomt of dat ‘ie al die tijd verstopt zat onder tafel (met weet ik veel wat voor business). Ten tweede is de verhouding tussen gast en ober zoek, want je raakt direct in een verknipte, ongemakkelijke relatie ook al zie je elkaar voor het eerst. Maar de derde is pas echt levensgevaarlijk. Ik kreeg de bijna onbedwingbare behoefte om de jongen (want hij veranderde toch van man in jongen op het moment dat-ie z’n hoofdje zo net boven de tafel uitstak) op het bolletje te kloppen. Op een het-is-goed-jongen-achtige manier en dat terwijl hij die leeftijd ruimschoots voorbij was. Of nou ja, ik dácht toen nog dat dit het gevaarlijkste onderdeel van het etentje was.

Bij elk bestelmoment zakte de ober weer netjes terug in zijn houding. Hij vertelde dat de rode poon de vis van de dag was, onder begeleiding van wat gegrilde groenten en ik bleef me maar afvragen of zijn voeten gevoelloos werden en een beetje tintelden of dat zijn kuiten juist extreem ontwikkeld raakten van de hurkbeweging. Toen hij zich met zijn handen op zijn bovenbenen weer overeind hees moest ik het kwijt. Ik deelde mijn gevoelens voor de bukker met mijn tafelgenoten. Mijn belangrijkste les over de bukker: Doe. Dit. Nooit.

Bij elk bukje

Door het benoemen van de bukker kreeg tafelgenoot 1 een snuifje bij iedere gehurkte situatie. Tafelgenoot 2 keek bij elk bukje aandachtig naar mijn wenkbrauw, waardoor tafelgenoot 3 het bescheurde en haar gezicht verstopte in een servet. Ik kon al die emoties niet de baas, waardoor ik hinnikend een glas chardonnay bij de bukker bestelde en hij waarschijnlijk wel wist dat ik op het punt stond de slappe lach te krijgen, maar het arme ding had (goddank) geen idee dat hij de aanstichter was.

Bukken is functioneel, bukken gebeurt om iets op te rapen, bukken doe je als je even wil koetsjie-koetsen tegen een klein kind, bukken doe je als je je schoenveter moet strikken. Maar buk vooral niet naast een tafel met vier vrouwen, terwijl je vraagt of ze weten wat rode poon is en je op moet schrijven dat ze twee chardonnay, een water met bubbels en alcoholvrij biertje willen. Want het gevaar bestaat zomaar dat eentje je over de bol gaat aaien en dat zou ik zomaar kunnen zijn.

Lees ook:

 

Geen foodnews Missen?

Ontvang tweewekelijks een update in je inbox