Opinionated

Eddie’s eetergernissen: dat het eten in het buitenland lekkerder is, maar ik hier woon

Adeline houdt van eten, veel en vaak, en zowel thuis als er buiten. Nu gaat dat vaak goed, maar soms ook niet. In de serie Eddie’s Eetergernissen deelt ze haar verwonderingen. Deze week baalt ze stevig, omdat het eten in het buitenland altijd lekkerder is.

Foto van culinair journalist Adeline Mans

Als mijn smaakpapillen het voor het zeggen hadden, dan woonde ik niet meer in Nederland. Begrijp me niet verkeerd, want boerenkool met worst is soms ook echt een dikke acht, maar ik geloof dat ik voedseltechnisch in het verkeerde land geboren ben. Kílo-kilo-kilometers te ver naar het noorden.

Met mijn hoofd in een bord met Griekse salade

Ik dróóm soms van goed gegrilde aubergines, vers geplukte oregano en van die sappige, smaakvolle tomáten overgoten met olijfolie. Signome, ik zat even met mijn hoofd in een bord met Griekse salade. Het lullige is dat ik in Nederland woon en ikzelf simpelweg niet de kracht (en de gave) heb om elke dag zo te koken. Terwijl ik wél elke dag zo wil eten.

Oh, die uiensoep met kaas en croutons op dat terras toen in Parijs.

Slecht klaargemaakte droge saté

In het buitenland eet je bij elke afgeragde taverna op een willekeurige straathoek nog een goddelijk gerecht. Dat moet je hier niet proberen, want dan zit je te grienen boven een slecht klaargemaakte droge saté. Niks mis met een proper klaargemaakte saté trouwens, de saté zelf kan er helemaal niks aan doen. Het gaat om de liefde die je in het eten stopt. Ik durf te beweren dat wij Nederlanders (met af en toe een uitzondering) gewoon niet zo verliefd zijn op eten als ál onze zuiderburen.

Zak gewoon maar eens af naar België, ik heb nog nooit een volk zo gelukkig zien vleesfonduen. Ik wist überhaupt niet dat je gelukkig kon worden van vleesfonduen tot ik een stel Belgen de hele hut vol vettige rook zag zetten in de Ardennen. Gelúkkig dat ze waren. Zo gelukkig zijn wij simpelweg niet als we eten.

Verdomd, die fluweelzachte fava op Santorini.

Voor samen eten máák je tijd

In Nederland rammen wij in een lunchpauze van 30 minuten twee boterhammen naar binnen om te zorgen dat we vooral snel weer aan het werk kunnen. Over slechte prioriteiten gesproken. Dat moet je eens tegen een Griek, Fransoos, Spanjaard of Italiaan zeggen. Voor samen eten máák je tijd. Je roept het uit als iets goddelijk smaakt, je sluit je ogen en vraagt de kok aan tafel. Even eerlijk, heb jij ooit zo je boterhammetje bejubeld? Ik zeg het je, we doen iets verkeerd.

Die baklava!

Deze zomer belandde ik ergens op een zuidelijk eiland bij een sjofel restaurant. Het was een tikkeltje noodzaak, want met ruim 30 graden drink je non-stop water en moet je non-stop piesen. Met nog een boottocht voor de boeg moest het er even uit. Het restaurant was van het soort waar ik thuis nog niet met tien overijverige proppers naar binnen te trekken was. Maar hier wéet je dat het goed zit als de locals een ingesleten plekje aan de bar hebben. Mijn wederhelft bestelde een ijskoffie én baklava.

Mamma miaaa, die plakkerige honing op het knisperende deeg van de baklava.

Ik begin vandaag nog met het beminnen van mijn eten. Wie weet smaakt het dan een beetje meer zoals in het zuiden. En anders verhuis ik. Beloofd.

Lees ook:

 

Geen foodnews Missen?

Ontvang tweewekelijks een update in je inbox