Fix je crème brûlée

We love crème brûlée. Het is misschien wel het allerlekkerste dessert van de wereld, maar dan moet het wel perfect bereid zijn. Een compleet verbrand laagje suiker? Een veel te blubberige binnenkant? Dan slaan we liever over. Dit zijn de vier veelgemaakte crème brûlée-fouten.

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

Verkeerde schaaltjes gebruiken
Crème brûlée maak je altijd in brede, platte en ondiepe schaaltjes. Heb je die niet? Ga dan niet zomaar met andere potjes, bakjes of schaaltjes aan de slag. Want zijn ze te diep, dan bestaat de kans dat je crème brûlée te gaar wordt aan de buitenkant, terwijl de binnenkant juist nog lang niet gaar is. Zonde. Zijn de schaaltjes niet breed genoeg, dan kun je maar een heel klein oppervlak bedekken met de suikerlaag. En omdat dat is wat dit dessert zo ultiem maakt, willen we die laag juist zo groot mogelijk hebben.

De gulle wereld van onze held David Chang

Een heel ei gebruiken
Je hebt voor de pudding namelijk alleen het eigeel nodig. Eiwit is overbodig, het maakt het dessert veel te stevig. Wij willen liever een zachte en romige pudding, en zo hoort het ook.

Karameliseren onder de grill
Heb je weleens kant-en-klare crème brûlée in de supermarkt gekocht? Dan lees je op de verpakking dat je het suikerlaagje bovenop moet laten karameliseren onder de hete grill. Ook als je het dessert helemaal zelf maakt is dat inderdaad een optie, maar neem het van ons aan: het laagje wordt er nooit zo perfect knapperig als wanneer je met een brander aan de slag gaat. Win-win: je hoeft geen eeuwen te wachten voordat je brûlée weer is afgekoeld, maar het creëert een warme bovenkant en een lauwe pudding, ready to serve. Zo hoort het.

Kristalsuiker kiezen
Larousse kiest voor rietsuiker. En hoewel het dikke naslagwerk daar helemaal alleen in staat, heeft het wel gelijk. Nee, voor bovenop het dessert gebruik je liever geen witte kristalsuiker. Waarom niet? Bij kristalsuiker moet je veel langer branden voordat je een krokant en mooi goudbruin laagje krijgt. En dat is niet de bedoeling, want dan warmt je pudding op daar wordt het laagje op zijn beurt weer een beetje chewy van. Om het perfecte suikerlaagje te creëren moet de pudding juist lekker koud zijn, zodat het contrast met de hitte van de brander zo groot mogelijk is. Oh, en daarbij: door het lange branden is de kans op een verbrande smaak bovendien veel groter.

Lees meer van Gitte Hessels