Hoe eet je een oester?

Oesters: of je bent er dol op, of je vindt ze verschrikkelijk vies. Of je hebt ze nog nooit gegeten, dat kan ook. In dat geval raden we je aan het eens te doen. Snotterig en slijmerig? Probeer het nou maar gewoon, dan mag daarna je een oordeel vellen. En onthoud je de onderstaande tips, dan ziet niemand dat het je allereerste keer is. 

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

Ken de verschillen
Hoewel er heel veel verschillende soorten oesters bestaan, kun je ze opdelen in twee groepen: de platte oester en de bolle creuse oester. De oesters lijken niet zo op elkaar, ook niet qua smaak. Daarbij is de platte een stuk duurder, omdat hij er veel langer over doet om te groeien.

Op zoek naar fijne groentegerechten?

In Nederland eet je vaak een oester uit de Oosterschelde: dat kan een romige en zilte Zeeuwse platte zijn, maar ook een naar zeewier smakende Zeeuwse creuse. Verder zijn we hier dol op oesters uit Frankrijk. We eten zowel Belons, platte oesters uit Bretagne met wit vlees, als de Franse creuse. Die laatste soort wordt meestal vernoemd naar de streek van herkomst of de manier waarop hij gekweekt is. Denk aan de Fines de Claires, de volle en vlezige oester die perfect is voor beginners. Ook veel gegeten: de romige en licht kruidige Gillardeau en de vlezige Ierse oester. 

Maak hem open
Vaak is dat al gewoon voor je gedaan. Mocht dat niet het geval zijn, draai de oester dan met de platte kant naar boven en steek het oestermes daar waar de twee schelpen elkaar raken. Door te draaien met het mes open je de oester. Vergeet niet om ook de sluitspier los te snijden. Visexpert Bart van Olphen legt in het onderstaande filmpje nog eens uit hoe het moet.

Pimp hem
Een oester eet je het liefst met wat citroensap, om hem een subtiele zure touch te geven, meestal in combinatie met een snuf zwarte peper. Ook lekker is hij in combinatie met frambozenazijn en sjalot. Overdrijf niet met hoeveelheden, het is zonde als de oestersmaak erdoor naar de achtergrond verdwijnt. Heb je nog nooit oester op? Proef er dan eerst eens een zonder poespas.

Proef met je ogen
Een goede oester hoort ondoorzichtig te zijn, maar niet grijs. Ivoorkleurig is het hij het allerbest; dat betekent dat de oester lekker veel heeft gegeten. Daarnaast mag hij niet al te klein zijn. De schelp moet goed gevuld zijn, teveel water opslurpen is niet lekker. Een droge oester is overigens ook niet zoals het hoort. Gebruik je neus voordat je de oester in je mond stopt. Een verse oester ruikt ziltig en zee-achtig, een foute pik je er met zijn rotte geur vaak meteen uit.

En nu: eten maar
Maak de oester los met een vork, zet de schelp aan je mond en laat hem naar binnen glijden. De oester meteen doorslikken is, in tegenstelling tot wat je misschien altijd hebt gedacht, niet de bedoeling. Kauw goed, minstens drie keer, zodat alle smaken vrijkomen. Wie goed proeft, herkent de vlezige en zoute ‘buik’ van de oester en de wat stevigere kieuwen. 

Extra feitje: door lang te kauwen voorkom je ook dat de oester niet levend in je maag terecht komt (ja, oesters leven nog!). Daar kun je ziek van worden, omdat de oester dan een sap uit gaat scheiden om zichzelf te verweren.  

Wat drink je erbij?
Hoewel oesters enorm kunnen verschillen in smaak hebben ze één ding gemeen: ze smaken stuk voor stuk zacht en ziltig. Daar past een frisse en jonge witte wijn bij die de smaak van de oesters niet overheerst. De druiven waarvan de wijn gemaakt wordt groeien het liefst op land dichtbij de zee, bijvoorbeeld in de Champagnestreek.

Lees meer van Gitte Hessels