Kokosmelk of kokosroom?

Een goedkoop blik kokosmelk, een klein en kartonnen pakje kokosroom of toch maar kokoscrème? Na het lezen van dit artikel hoef je nooit meer te twijfelen welke van de drie (in jouw ogen exact dezelfde) producten je kiest. We leggen je de verschillen uit. Spoiler: die zijn er echt. 

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

Kokosroom
Kokosroom wordt gemaakt van het vruchtvlees van een kokosnoot. Dat wordt geraspt en dan gemengd met warm water. Meestal is dat gewoon water, soms ook kokoswater, dat je aan de binnenkant van de kokosnoot vindt. Door het mengsel te filteren in een doek of zeef en het daarna goed uit te knijpen, krijg je kokosroom. Het is dik en vol, en heeft een vrij hoog vetpercentage. 

Check al deze Japanse gerechten

Verdun je kokosroom met water, dan kun je er precies hetzelfde mee doen als met kokosmelk. Maar juist door de wat dikkere structuur ervan kun je er ook een lekkere slagroom van kloppen – een variant zonder zuivel. Of er een frosting van maken. Perfect voor in en op desserts!

Kokosmelk
De melk krijg je pas als je de geraspte kokos voor een tweede keer mengt met water en dan uitperst. Het is dan dunner en wateriger, en wat minder romig.  

Kokosmelk gebruik je misschien weleens in een Thaise curry, maar het blik is multi-inzetbaar. Let als je kokosmelk koopt, op de dikte van de melk. Op de verpakking kun je die dikte aflezen aan het percentage kokosextract dat erop staat – hoe hoger het percentage, hoe dikker de melk. Zoek in de supermarkt bovendien naar kokosmelk met alleen kokosextract en water op de ingrediëntenlijst. We hoeven geen gezoete melk, en als we dat al willen, doen we het zelf wel.

Kokoscrème
Kokoscrème wordt ook wel santen genoemd. Het zijn blokken geconcentreerde kokosmelk, die veel worden gebruikt in de Indonesische keuken. Je kunt de blokken aanlengen met warm water om er kokosmelk van te maken. Het verschil in smaak is niet erg groot, maar je proeft het wel. De crème geeft je gerecht vaak een net wat intensere smaak. De moeite waard om te proberen, dus.

Lees meer van Gitte Hessels