Tips voor de perfecte friet

Het perfecte frietje is zout, knapperig, licht en niet vettig. Thuis maken is heel goed te doen, als je de volgende tips hanteert.

Foto van culinair journalist Emma de Thouars

Iedereen heeft een eigen voorkeur wat betreft friet. De ene houdt van dunne Franse, terwijl de ander gaat voor dikke luie wijven (die logischerwijs iets langer in het frituur moeten). Met schil, zonder schil, het kan allemaal.

Welke aardappel?
Het beste kun je een kruimige aardappel gebruiken. Bintjes worden vaak genoemd als de perfecte frietaardappel, maar je kunt ook Agria of Première gebruiken.

Snijden
Je wilt dat al je friet gelijkmatig is gegaard, daarom is het belangrijk dat ze allemaal ongeveer even dik zijn. Snijd dus zorgvuldig, wie helemaal zeker van z’n zaak wil zijn gebruikt een keukenmachine of frietsnijder.

Water
Het is belangrijk dat je de vers gesneden aardapplen voordat ze gefrituurd worden eerst een tijd in water liggen. Zo wordt het zetmeel uit de aardappel getrokken (het water wordt ook troebel) en is het eindresultaat extra knapperig. Laat de frieten in ieder geval een uur in koud water liggen, langer mag ook.

Droog
Vervolgens is het voor de ultieme crunch belangrijk dat de friet gortdroog is. Maak ze goed droog met keukenpapier en spreid ze daarna uit in een laag op een schone theedoek zodat ze nog even in de lucht kunnen drogen. Laat ze gerust een uur liggen.

Vet
Het vet wat in de frituur zit, is ook van levensbelang. Arachideolie levert prima frietjes af. Maar wie het echt goed wil doen, slaat ganzenvet of ossenwit in. De knapperigste friet die ik ooit at was gebakken in ossenwit, met een kleine toevoeging van pistacheolie.

Dubbel frituren
Om de perfecte luchtige binnenkant te krijgen, die nog echt naar aardappel smaakt, ga je eerst op lage temperatuur frituren. Zo kan de friet eerst garen, zonder te verbranden.

Dunnere Franse frietjes gaan 3-4 minuten op 160 graden en daarna nog 3-4 minuten op 190 graden. Dikke friet geef je een paar minuten langer. Voor het beste resultaat laat je de friet tussen de twee beurten in helemaal afkoelen. Hierdoor verdwijnt er weer vocht uit de aardappel en wordt hij steviger, waardoor hij uiteindelijk knapperiger wordt.

Lees meer van Emma de Thouars