Vanille: stokjes, extract en aroma

Het lijkt een no-brainer: altijd verse vanille gebruiken. Maar soms is dat helemaal niet handig of nodig. Wij leggen je het verschil uit tussen de bekendste varianten: verse vanille, extract en aroma. Wanneer gebruik je wat?

Foto van culinair journalist Nadia Khaleghi Yazdi

Vanillestokje

Een vanillestokje is eigenlijk de peul van een orchidee. Het is een natuurproduct en daarmee de puurste vorm van vanille. Je snijdt het stokje in de lengte open en haalt het merg (de zaadjes) er met een mespunt uit om deze te verwerken tijdens het bakken. Natuurlijke vanille heeft de meest sterke smaak. Voor 500 gram deeg/beslag heb je het merg van één stokje nodig. Het ‘lege’ vanillestokje kun je in een pot suiker zetten om zo je eigen vanillesuiker te maken. Als vanille een hoofdsmaak van het gerecht is (in ijs of panna cotta bijvoorbeeld), is het beter om een vanillestokje te gebruiken.

Zo maak je elke keer weer de perfecte rijst

Extract

Vanille-extract zit in een potje en kun je kopen bij delicatessenzaken, bakwinkels en sommige toko’s. Dit is eigenlijk een flesje met alcohol waar vanillestokjes in hebben gezeten, waardoor de smaak in de vloeistof is getrokken. In dit product zit dus echt vanille. Je kunt het ook heel makkelijk zelf maken door vier opengesneden vanillestokjes een paar maanden in 250 ml wodka te zetten en het flesje af en toe te schudden. Een stokje vanille is ongeveer een eetlepel extract. Als vanille een toevoeging is aan je recept, is het prima om extract te gebruiken, in koekjes bijvoorbeeld.

Vanille aroma

Deze vloeistof ken je misschien uit het kleine flesje van de bakafdeling bij je lokale supermarkt. In vanille-aroma zit helemaal geen vanille. Het wordt kunstmatig in het lab gemaakt van vanilline, water, ethanol en kleurstof. Je hebt in verhouding meer aroma nodig dan extract, omdat aroma minder sterk van smaak is. Je kunt een scheutje vanille aroma toevoegen bij het bakken, maar het evenaart de smaak van echte vanille niet.

Lees meer van Nadia Khaleghi Yazdi