feed me sweet

Recept: zo maak je de Oostenrijkse wintersport-hit Kaiserschmarrn

  • Bereiding: 30 min
  • Personen: 4

Is het een pannenkoek, is het een wafel? Is het een beetje van alles? De Oostenrijkse Kaiserschmarrn (of Kaiserschmarren) is een geweldig gerecht om mee te ontbijten, lunchen of als dessert.

Ingrediënten

125 g bloem
3 eieren
300 ml melk
30 g suiker
1 zakje vanillesuiker
30 gram rozijnen
50 g poedersuiker
twee klontjes (geklaarde) boter
een scheutje rum
een snufje zout
Voor de topping:
Zwetschgenröster (pruimencompote)
poedersuiker
Foto van culinair journalist Sharon van Lokhorst

Wandelen en eten

Bekentenis: ik heet Sharon en ik hou van wandelen. There, I said it. Nog meer hou ik van lekker eten. En zo belandde ik enige tijd geleden (voor corona, godzijdank..) in het Oostenrijkse Tirol. En wel met een uitstekende reden: de Culinaire Jacobsroute. Bij deze wandelroute voor lekkerbekken loop je van berghut naar berghut, alwaar je je honger stilt met gerechten van internationale Michelinsterrenchefs. Win, win, nietwaar?

Armeluisgerecht

Op een crackertje kun je geen berg bewandelen, dus ontbeet ik stevig en über Tirools: met Kaiserschmarrn. Vroeger stond Kaiserschmarrn, het gerecht van melk, bloem en eieren dat nog het best is te omschrijven als een hele dikke, uit elkaar gevallen pannenkoek, bekend als een armeluisgerecht. Het was vooral een ideaal gerecht voor herders die niet al te veel spullen mee konden nemen tijdens hun tocht naar de bergtoppen.

Kaiserschmarren
Kaiserschmarren zoals ik ‘m in Tirol at

Over de oorsprong van de Kaiserschmarrn doen verschillende verhalen de ronde. Zo zou een van de patissiers van de Hofkeuken voor de altijd op dieet zijnde keizerin Sisi een licht (huh?!) nagerecht maken van pannenkoekjes en pruimencompote. Sisi vond het maar zozo, maar haar man, keizer Franz Joesph, vond het heerlijk. Hij at de pannenkoek van zijn vrouw op; het was, zo zei hij, de lekkerste ‘rommel’, verwijzend naar de uit elkaar gevallen toestand op z’n bord, die de kok ooit gemaakt had!

Een ander verhaal luidt dat de kok het deeg te dik had gemaakt en de pannenkoek daardoor gescheurd was, waarop de keizer het naar de keuken terugstuurde met de woorden: “So ein Schmarrn ist des Kaisers nicht wert!” Hoe dan ook, het is een heerlijke Tiroolse specialiteit – voor elk moment van de dag.

Zo maak je Kaiserschmarrn

Scheid de eieren. Meng de dooiers met de suiker, de vanillesuiker en een snufje zout tot een stroperige massa. Verfijn met een scheutje rum. Spatel voorzichtig de gezeefde bloem en de melk door het beslag.
Klop de eiwitten stijf en spatel ook die voorzichtig door het deeg.
Zet de pan op een matig vuur en smelt daarin een klontje (geklaarde) boter. Giet het deeg in de pan en strooi er de rozijnen overheen. Zet een deksel op de pan en bak de Kaiserschmarrn op een laag vuur tot hij aan een kant goudbruin is.
Keer hem om, doe het deksel er weer op en laat hem ook aan de andere kant bakken.
Trek de Kaiserschmarrn met een vork in onregelmatige stukken, voeg nog een beetje boter toe en schep nog 5 minuutjes om.
Verdeel over 4 borden en bestrooi rijkelijk met poedersuiker.
Het lekkerst smaakt de Kaiserschmarrn met veenbessenjam, appelmoes of ingekookte pruimencompote (Zwetschgenröster).

Lees ook:

Met dank aan: Blog Tirol

Geen foodnews Missen?

Ontvang tweewekelijks een update in je inbox