Een Turks tulpje thee

Food editor at large en, vooruit, theesnob Marjan Ippel heeft ze in de kast staan: hand geoogste wilde theesoorten uit onbegaanbare berggebieden, waarvan de pluk zich beperkt tot een paar lentedagen per jaar, en de bewerking even delicaat is als de uiteindelijke smaak. En zulke thee is elke euro die ze ervoor neertelt en neertelt en neertelt, waard. Maar ze koopt ook thee bij de Turk. 500-gramspakken zwarte çay à drie euro.

Foto van culinair journalist Marjan Ippel

Dat theedrinken in Turkije een nationale bezigheid is, weten de meesten wel. Wie neemt er van de citytrip naar Istanboel géén tulpvormige theeglaasjes mee naar huis? Maar dat Turkije ook thee produceert, weten er minder. Zelfs als je bij de Turk om echte Turkse zwarte thee vraagt, krijg je nogal eens een pak uit Sri Lanka in je handen geduwd.

Misschien wel omdat het vijfde thee producerende land ter wereld – na India, China, Kenia en Sri Lanka, in die volgorde – een hele jonge theenatie is. Terwijl er in China al duizenden jaren een theecultuur heerst, werd in 1947 pas de eerste Turkse theefabriek gebouwd in de provincie Rize in het oostelijk deel van het Zwarte-Zeegebied. Eerdere, noordelijkere, pogingen tot thee verbouwen waren op niets uitgelopen.

Met minuscule slokken slurpt-ie het tulpglaasje leeg, om zo de aromatische thee optimaal te proeven.


Semaver

In de bergachtige streek bij de Zwarte Zee had men wel geluk. Er heersten dezelfde gunstige klimaatomstandigheden voor het verbouwen van de camellia sinensis (theestruik) als in Batumi, Georgië – in die tijd een vooraanstaande theeregio. In het nu belangrijkste Turkse theegebied behoedt nog altijd een dikke laag sneeuw de planten ’s winters voor rot en schimmels. En in de zomer regent het er elke drie dagen. In tegenstelling tot de toerist, vindt de theeplant dat fijn.

Turkse zwarte çay (thee) wordt flink sterk gezet in een semaver, een theepot bovenop een waterketel met kraantje. Daarna wordt hij naar ieders persoonlijke smaak verdund met gekookt water. Maar de Turk drinkt hem in het theehuis onverdund sterk. Met minuscule slokken slurpt-ie het tulpglaasje leeg, om zo de aromatische thee optimaal te proeven. Jammer dat er dan wel eerst zo’n zes klontjes suiker in verdwijnen.

Veel voor weinig

Zwarte thee uit Rize is niet alleen lekker, maar ook veel voor weinig. Voor de roze (Filiz) en gele (Rize turist) 500-gramspakken çay van het bekende biologische merk Çaykur betaal je maar pakweg drie euro! En dat terwijl de onafhankelijke familiebedrijfjes die de thee aanleveren daar toch een eerlijke prijs voor krijgen. Zegt Çaykur.

Maak je zo’n pak open, stijgt er geen weeë geur van aardbeien, mango of andere kunstmatig toegevoegde fruitjes, kruidjes en suikers op, maar van thee. Thee die geheel op eigen kracht een enorm aroma heeft ontwikkeld. Waar dat naar ruikt en smaakt? Hm, hoe zal ik dat eens omschrijven…

Naar thee. Niets meer en niets minder.


Beeld:

Çaykur

Lees meer van Marjan Ippel