Bakkerijpersoneel over hun grootste ergernissen (en ja, jij doet dit ook)

Jarenlang werkte ik op zaterdagen in een bakkerij. Een heerlijke tijd, al was het alleen maar vanwege de overgebleven gebakjes die je aan het eind van de dag mocht meenemen. Maar zoals bij iedere baan, gaat werken in een bakkerij niet altijd over rozen. Van bakkerseczeem tot zure aardbeiengebakjes die je liever zelf wilde houden: dit zijn de bakkerij ergernissen die iedere (ex-)bakker herkent.

1. Klanten die altijd exact hetzelfde bestellen
“Mag ik één krentenbol, twee tompoucen en een halfje wit?” – elke zaterdag weer. En áls de krentenbollen op zijn en je een mueslibol voorstelt, kijken ze alsof je net hun kind hebt beledigd. Iets nieuws proberen? Welnee. Routine is heilig. En irritant.
2. Warme muntjes in je hand gedrukt krijgen
Cash blijft koning, maar die zweterige handjes vol kleingeld? Ulgh. Vooral op zaterdagen, als het druk is en jij ondertussen staat te smelten achter de toonbank. De combinatie van muntjes en handwarmte: brrrr.
3. De eeuwige chagrijn omzeilen
Er is altijd zo’n klant die nooit groet, nooit lacht en nooit ‘dankjewel’ zegt. Dan maar je collega met hem opzadelen. Of, als je durft, extra overdreven vriendelijk zijn tot zelfs hij niet anders kan dan een beleefde knik teruggeven. Werkplezier noemen we dat.
4. Als iemand nét dat ene gebakje meeneemt
Wist je dat het personeel in de bakkerij vaak de overgebleven gebakjes mag meenemen? Dus als iemand aan het eind van de dag het laatste aardbeiengebakje wil… AU! Dan begon de verkooptruc: “Ja, die aardbeien zijn vandaag wat zuurder. De frambozentompouce is veel lekkerder.” Alles voor de gebakjes-deal.
5. Schoonmaken, de hele tijd schoonmaken
Elke dag eindigt met een grote poetsbeurt. Vitrines, gebaksplaten, de vloer, de wc’s… Als je denkt dat werken in een bakkerij alleen maar taartjes verkopen is, think again. Je wordt er bijna net zo goed in poetsen als in verkopen.
6. Denken dat je niet kunt rekenen
“Heb je geen vijftig cent? Vijf keer tien cent is ook vijftig, hoor!” Oh ja? Dank je wel, rekengoeroe. Alsof je het zelf niet wist. Extra frustrerend als je Econometrie studeert, maar op zaterdag gewoon broden afrekent.
7. Hittegolf? Tijd voor warme saucijzenbroodjes!
Bakkerijen zijn heet. Altijd. Maar op tropische zomerdagen extra erg. En dan bestellen klanten doodleuk een warme kaascroissant, saucijzenbroodje én pizzapunt. Jij ploegt door de oven terwijl je eigen haar smelt. Heerlijk. Saillant detail: weet je wat we droegen onder dat bakkersschort in de zomer? Zo goed als niets.
8. Bakkerseczeem bestaat echt
Droge, kapotte handen van het vele wassen, soms met allergische reacties op speculaaskruiden of schoonmaakmiddelen erbij. Vooral in de winter is bakkerseczeem een serieuze bakkerij ergernis. Mooie handen? Vergeet het maar.
9. De verboden kontjes
Iedereen weet het: de kontjes van versgesneden brood zijn het allerlekkerst. Technisch gezien mag je ze niet opeten… maar ach, de klant ziet het niet. Dus hup, na het snijden: kontje pakken en smikkelen maar. De smaak van rebellie was nog nooit zo knapperig.
10. Flirten met de ene knappe klant
Tussen alle croissantjes, tompoucen en bakkerszweet door was er altijd één lichtpuntje: die ene knappe klant. Die ene blik. Dat extra plakje kaas bij z’n bestelling. Je zaterdag was weer goed.
Lees ook:
- Hollandse garnalen bizar duur: wat is er aan de hand?
- 13x rare eetcombinaties die jullie vroeger aten
- Op deze manier bewaar je jouw knoflookteentjes het beste











