How to: de beste guacamole maken

Of er een traditioneel guacamolerecept bestaat? Niet echt. Iedereen maakt de Mexicaanse avocadodip op zijn eigen manier. Dat geeft niet: bij het maken van de perfecte guacamole is het proeven uiteindelijk veel belangrijker dan het nauwkeurig volgen van een recept. Wel zijn er een aantal do’s en dont’s. Die zetten we voor je op een rij. 

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

Kies de perfecte avocado
Bij het kiezen van een avocado voor in je guacamole zijn twee dingen belangrijk. Allereerst: het soort dat je kiest. We willen geen grote, waterige avocado, maar een kleinere avocado met een donkergroene schil en een wat rijkere en romigere smaak. We hebben het over de hass-avocado. Gelukkig wordt hij hier zo goed als standaard in de supermarkt verkocht.

Ook belangrijk: er een avocado uitpikken die perfect rijp is. Eentje die je iets in kunt deuken, maar ook weer niet te ver. We geven toe: er zo een vinden in de supermarkt is haast onmogelijk. Plan daarom vooruit. Koop onrijpe avocado’s en laat ze een paar dagen liggen in de fruitschaal. Heb even geduld: te harde avocado zorgt voor guacamole met veel te grote stukken. Wacht ook weer niet te lang: overrijpe avocado’s maken de dip juist weer slap en papperig.

Controleer op beurse plekken
Spot je er een? Geen probleem, maar zorg wel dat je hem eraf snijdt. Zo’n plek geeft je guacamole namelijk een vieze groene kleur. 

Prak met de hand
Nee, niet met de keukenmachine! Die maakt puree van je avocado’s, en dat is niet de bedoeling. Echt goede guacamole hoort namelijk een lekker grove structuur te hebben. Snijd de avocado doormidden, haal de pit eruit en schep de twee helften in een kom – je snijdt dus niet alvast stukjes in de schil. Daarna prak je ze, het liefst gewoon met een vork.

Guac

Meng met zout
Onthoud: per drie avocado’s gebruik je ongeveer één theelepel zout. Roer het door de avocadoprak en wacht dan een paar minuten. Je geeft het zout zo even de tijd om te smelten en in de avocado te trekken, en pas daarna proef je of je er eventueel nog wat meer aan toe moet voegen.

Hoort er knoflook in?
Daar verschillen de meningen over. Hoewel er geen traditioneel recept bestaat weet Rick Bayless, een van de betere Mexicaanse chefs, het zeker: in echte guacamole hoort geen knoflook thuis. En hij kan het weten. Toch beweren sommigen dat een teentje fijngeperste knoflook het geheel wel nét wat lekkerder maakt. Van ons mag jij kiezen, maar gebruik hoe dan ook niet te veel.

En ui?
Jazeker! Vaak roer je door je guacamole een fijngesneden witte ui, maar in de doe-het-zelfpakketten in de supermarkt spot je vaak juist rode ui. Dat is ook oké. Kies je voor rood, dan geef je je guacamole een iets sterkere en zoetere smaak. 

Verse peper? 
Yes, please! Meestal gaat er een (groene) verse, fijngehakte, serranopeper of rode jalapeño in. Maar als je liever een milde guacamole wilt kun je ook prima een wat minder scherpe peper gebruiken. Of je verwijdert de zaadlijsten, daar zit uiteindelijk het meeste pit in. Voeg hoe dan ook niet meteen een hele peper toe, maar wacht na ieder beetje een paar minuten – net als bij het zout – en proef dan of je nog meer echt nodig vindt.

Guac

Tomaten? Koriander?
Tomaten mogen erin, maar het hoeft niet. Het is een leuk extraatje, bedoeld om wat nog wat extra smaak toe te voegen. Haal, als je er tomaten in wil doen, wel de natte binnenkant – de pitjes – eruit. Wat betreft die (fijngesneden) koriander: dat is wel een echte must. Het geeft je guacamole een fijne oppepper, zonder dat de smaak ervan overheerst. Vind je het echt niet lekker? Laat het dan gewoon weg.

Say yes to limoen
Limoensap houdt je guacamole mooi groen. Daarnaast is het de perfecte tegenhanger van de hoofdrolspeler in je dip: de vette en romige avocado. Gebruik niet teveel: het is zonde als de scherpe en zure smaak van de limoen gaat overheersen. In combinatie met het zout trekt het limoensap bovendien vocht uit de avocado, en daar wordt je guacamole papperig en waterig van.

Lees meer van Gitte Hessels