Kiezen: garnalen uit de supermarkt

Minutenlang tuur jij naar het supermarktschap vol zakken met bevroren garnalen. Je hebt last van een complete vastloper. Want kies je vers of bevroren, gepeld of ongepeld? En ga je dan voor grote roze of kleine grijze garnalen? We helpen je een handje en zetten alle keuzes op een rij.

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

Vers of bevroren?

Meteen nadat vissers garnalen boven water takelen, worden de beesten in de ijskoeling gelegd. De garnalen zijn binnen no time bevroren en dat maakt het dat die echte garnalensmaak behouden blijft tot het moment dat jij ze thuis weer ontdooit.

Wat maak je wel (en niet) in een gietijzeren pan?

Anders dan dat je misschien denkt, worden verse supermarktgarnalen na hun vangst óók bevroren op de boot. Het enige verschil tussen verse en bevroren garnalen is dus dat de verse al even ontdooid zijn, en ieder uur dat ze in de supermarktkoeling liggen, minder vers worden. Ga dus voor bevroren garnalen. Lukt dat niet? Check dan of de garnalen niet slap en slijmerig zijn en ruik er even aan. Een ammoniakgeur is nooit goed.

Gepeld of ongepeld?

Daar kunnen we kort over zijn: garnalen met kop en staart hebben meer smaak. Kies dus, als het even kan, voor ongepelde garnalen.

Grijs, wit of roze?

In de supermarkt kies je meestal uit de Noorse garnaal, de Hollandse garnaal, de Witpootgarnaal en de tijgergarnaal. De verschillen? De Hollandse garnaal is klein, grijs en al gekookt als je hem in de winkel koopt. Hij smaakt roomachtig en is lekker mals. Daarom is-ie perfect voor in de klassieke garnalencocktail, maar als je ze kort meebakt zijn de mini-garnalen ook lekker in koude gerechten.

De Noorse garnaal is wat groter en roze van kleur – rauw nog gewoon grijs, overigens. Je vindt ‘m in fjorden en langs de kusten van de noordelijke Atlantische Oceaan (Noorwegen en IJsland maar ook Canada en Groenland). De garnaal heeft een stevige bite en smaakt zoet. Je vindt hem vaak in de sushi. En de Witpootgarnaal? Die wordt meestal als gamba of reuzegarnaal verkocht en gekweekt in landen Taiwan en Vietnam. Precies hetzelfde geldt voor de tijgergarnaal: ook een gekweekte gamba die we importeren uit Azië.

Groot of klein?

Dat hangt af van het gerecht waarin je ze wilt verwerken. Kleine garnalen zijn perfect om in wok- en rijstgerechten te verwerken, grote garnalen (gamba, tijger) zijn vaak gerechten an sich.

Wild of gekweekt?

Qua smaak zijn we daar snel over uit: we kiezen voor wild. De wilde garnaal smaakt, in tegenstelling tot de kweekgarnaal, veel meer naar de zee. En zo hoort het. Maar: voor de zee zélf is het eten van wilde garnalen niet per se beter. Ze worden namelijk gevangen met netten met kleine gaten waar ook veel andere (bedreigde) dieren in vast komen te zitten. Vooral bij tropische garnalen is de bijvangst enorm hoog: bijna 15 kilo op elke kilo garnalen. Zoek op de verpakking naar een MSC-keurmerk. Dat garandeert dat de garnalen die je koopt uit gebieden komen waar strenge afspraken worden gemaakt en wordt nagedacht over manieren om bijvangst te verminderen.

Of kweekgarnalen altijd ‘beter’ zijn? Nee hoor: in Aziatische landen, waar garnalen massaal worden gekweekt, gaat veel mis. Regelmatig worden de beesten volgespoten stoffen om ze zwaarder en groter krijgen. Spot je een EKO-keurmerk op de verpakking, dan weet je zeker dat je geen plofgarnalen, maar garnalen uit een bio-kwekerij eet.

Lees meer van Gitte Hessels