inspiratie

Drie eieren, twee boterhammen

Lotje Deelman was redactiechef van ELLE Eten, werkt al bijna 15 jaar voor de Allerhande en werkte achter de schermen aan televisieprogramma’s als MasterChef, de Worsten van Babel On Tour en De Nieuwe Lekkerbek. Ze at varkenspoot met Anthony Bourdain en flirtte met Gordon Ramsay in zijn Aston Martin. Lotje is (co-)auteur van meer dan tien kookboeken en is in haar keuken op het Drentse platteland nooit te beroerd om iets in de fik te steken. Op FavorFlav ventileert Lotje wekelijks wat haar bezighoudt. Met deze keer: een ergenis die Lotje maar blijft achtervolgen.

Foto van culinair journalist Lotje Deelman

Ik vergeet altijd dat ik het heb. Je denkt er gewoon niet aan, tot het te laat is. Misschien verdring je het ook een beetje, omdat je er niet aan wil, dat je het hebt. Of hoop je onbewust dat het vanzelf overgaat, als je ouder wordt. En wijzer. Niet dus. Ik heb het gewoon nog steeds.

Denk soufflé

Er zijn een heleboel redenen om een uitsmijter te bestellen. De meest voorkomende is dat je er gewoon heel erg veel zin hebt. De vertrouwde smaak, de geraffineerde eenvoud van net gestold wit en fluweelzacht geel, met een consistentie die alleen eierdooiers hebben. Een soort ingetogen romigheid. Een ei is een van de geniaalste ingrediënten in de keuken (denk meringue, mayonaise, hollandaise, denk flan, cake, soufflé), maar heeft toch een heel bescheiden uitstraling. Nederig bijna. Het is moeilijk om niet van een ei te houden.

Mijnenveld

Soms ook is een uitsmijter het enige gerecht op een lunchkaart dat je vertrouwt, als die verder vol staat met geintjes en gebbetjes (‘broodje gekkegeit’, of ‘het zal mij een worst wezen’ ) of beloftes waarvan je zeker weet dat ze niet ingelost gaan worden, zoals Oma’s gehaktbal.Yeah right.

Een uitsmijter bakken kan bijna iedereen. Gewoon, met brood, laat het garnituur (mijnenveld!) maar zitten hoor, gewoon een uitsmijter graag. Geen ham, geen kaas, geen rosbief. Zonder boter. Ook zonder margarine dus ja. Dankjewel hoor. Lekker. Zin in.

So far so good. Het gaat pas mis als ‘ie voor me staat. Op het oog nog niks aan de hand. Bord, bestek, drie gebakken eieren. Toch nog een slap en bleek plakje tomaat. Geeft niks. Ik peuter het bestek uit dat krappe papieren hoesje, waar ook het broodmagere servetje in zit. Kan ik mee leven. Dan til ik voorzichtig met mijn mes de zijkant van één van de drie eieren op. Ja hoor. Dacht ik het niet. Drie eieren, twee boterhammen. Paniek.

Hóe dan?

Hoe ga ik dat in godsnaam verdelen? Drie eieren en twee boterhammen. Blijf ademhalen. Blijf focussen. Maar hoe dan? Drie eieren en godverdomme maar twee boterhammen. De dooier, die lekkere runny goudgele sexy dooier van het derde ei had ik met die door afwezigheid schitterende boterham op willen vangen. Zelfverzekerd had ik mijn mes erin willen zetten. Vol vertrouwen omdat ik zeker wist dat het brood eronder het vloeibare geel liefdevol zou opvangen. Dat kan nu niet. En nu?

Eenzaam eigeel

Snijd ik nu van elke boterham een derde deel af, zodat ik drie keer tweederde boterham heb? En herverdeel ik daar dan de eieren over? Met het risico dat tijdens die operatie de dooier kapot gaat, en het ei treurig leegloopt op een plek en een moment waar ik geen enkele controle over heb? Of eet ik snel dat boterhamloze eerste ei op, zonder brood dus, niet lekker maar wel doeltreffend, doe vervolgens alsof er niets is gebeurd en ga verder met één ei per boterham? Kan, maar de gedachte aan eenzaam eigeel in mijn mond zonder de troostende back-up van het brood is geen prettige. Ik aarzel. Ik weet het gewoon niet. Het overvalt me, drie eieren, twee boterhammen. Elke keer weer.

Lees ook: