Moorkop vs. Bossche bol

Het zijn allebei chocoladebollen en in de binnenkant van beide gebakjes vind je een overdosis slagroom. Toch hebben de moorkop en de Bossche bol meer verschillen dan overeenkomsten. Na het lezen van dit artikel haal je de gebakjes nooit meer door elkaar.

Foto van culinair journalist Gitte Hessels

Deeg

Beide bollen zijn gemaakt van soezendeeg. Bij een moorkop bak je het deeg lekker luchtig en snijd je de soes na het bakken open. Als je het goed hebt gedaan, zie je allemaal bellen in het deeg zitten. Bij een Bossche bol (die overigens nóg wat groter is dan de moorkop) is de binnenkant helemaal hol. 

Deze kookboeken moet je hebben volgens chefs

Vulling

Een moorkop snijd je aan de onderkant open. De vulling, een flinke klodder slagroom, spuit je tussen de twee helften. Die stapel je daarna weer op elkaar. Een Bossche bol blijft mooi heel. Je vult ‘m door een klein gaatje in de zijkant te prikken en daar slagroom in te spuiten.

Chocoladelaagje
Een moorkop dip je in chocoladefondant. Heel belangrijk: de plakkerige en zachte choco-coating zit niet om het hele gebakje, maar alleen op de bovenkant. De Bossche bol wordt wel helemaal overgoten met chocolade. En nee: niet met fondant, maar met pure, gesmolten chocolade. Die vormt, als hij afkoelt, een dun en knapperig laagje. 

Bovenop
Een moorkop eet je altijd met een kleine toef slagroom en een partje mandarijn on top. Een Bossche bol blijft daarentegen kaal. Want als je op de iets grotere bol nog een toef slagroom spuit, past-ie niet meer in een standaard gebaksdoos.

Lees meer van Gitte Hessels