Welke saus hoort bij welke pasta?

Er gaat niets boven een bord dampende pasta. Maar de ene pasta is de andere niet, zeker niet als je de Italianen moet geloven. Die kiezen namelijk geen pasta bij de saus, maar een saus bij de pasta. Daar hebben ze hele duidelijke filosofieën over die te maken hebben met vorm, textuur en gewicht. En natuurlijk met traditie, want bijna elke stad of streek heeft zijn eigen specialiteit. Welke pasta hoort nou eigenlijk bij welke saus?

Foto van culinair journalist Esther Audier

Er zijn tientallen gedroogde en verse pastasoorten die passen bij specifieke gerechten. Duizelt het je al bij het zien van al die soorten in het schap? Over het algemeen geldt: hoe fijner de pasta, hoe lichter de saus. Hoe steviger de pasta, hoe rijker de saus.

Klein en fijn

Kleine en fijne pastasoorten zoals vermicelli en capelli d’angelo (engelenhaar) gebruik je vooral in bouillons en lichte soepen. Ook tortellini wordt traditiegetrouw in bouillon geserveerd. Hierdoor lenen ze zich goed voor de lunch of als licht voorgerecht.

Lang en dun

Lange en dunne pastasoorten zoals spaghetti en linguini serveer je met romige sauzen carbonara, of lichte sauzen op basis van olie en witte wijn, zoals vongole. Daarbij zit het geheim van de perfecte saus vooral in het zilte vocht dat uit de schelpjes zelf komt.

Kort en stevig

Korte pastasoorten zoals penne en rigatoni gaan perfect samen met stevige sauzen, zoals een ragù of chunky groenten- of tomatensaus. Bijvoorbeeld penne all’ amatriciano met pittige tomatensaus en pancetta. Geribbelde soorten houden de saus nog beter vast en zorgen zo bij elke hap die je neemt voor de perfecte verhouding pasta en saus.

Plat en breed

Platte en brede pastasoorten zoals tagliatelle en pappardelle kunnen wel een stevige saus hebben. Traditiegetrouw wordt een pasta bolognese dan ook niet met dunne spaghetti, maar met een van deze stevigere jongens gemaakt. Ook lekker met een slow cooked wild ragù van konijn of wild zwijn.

Gekruld en gedraaid

Gekrulde of gedraaide pasta-soorten zoals fusilli (spiraaltjes) of farfalle (strikjes of vlindertjes) zijn lekker met een lichte saus of pesto. Deze pastasoorten zijn ook heel geschikt om koud als salade te eten, restjes kunnen zo de koelkast in.

Vers en gevuld
Gek op verse gevulde pasta’s zoals ravioli of agnolotti (die zachte kussentjes met gekartelde randjes)? Kies dan altijd voor een subtiele en lichte saus zoals gebruinde boter met salie of een hele simpele tomatensaus, zodat je de vulling goed kunt proeven.

Droog en gevuld
Er zijn ook droge pastasoorten die je kunt vullen. Een van de bekendste is cannelloni. Deze ronde buizen kun je bijvoorbeeld vullen met spinazie en ricotta. Net als lasagne kook je deze pasta niet in een pan met water, maar in een ovenschaal met (tomaten)saus.

Lees meer van Esther Audier