Food stories

Dit zijn de verschillen tussen Chinese, Indonesische en Surinaamse bami

Wij houden van bami. En de keuze is reuze. Want ga je voor Chinese, Indonesische of Surinaamse bami? Die keuze kun je alleen maar maken als je de verschillen weet. Daar duiken we vandaag eens wat dieper in. 

Foto van culinair journalist Jeske van Steen

In Nederland kennen we bami vooral dankzij Indische migranten. Die kwamen na de Tweede Wereldoorlog in grote getalen naar ons land. Door hun komst popten steeds meer Chinees-Indische restaurants uit de grond, die bami op de menukaart zetten. Maar dan wel in een milde vorm (niet zo pittig dus) en in grotere porties.

Chinese bami

Het geboorteland van bami is China. Daar komt bami dus oorspronkelijk vandaan. Het woord ‘bami’ komt van het woord ‘bakmi’, wat vrij vertaald ‘varkens-tarwenoedels’ betekent in de Chinese Minnanyu-taal. In een traditionele bami vind je dus varkensvlees. Ham bijvoorbeeld. Sommige Chinese bami’s bevatten ook stukjes kip. De noedels zijn gebroken wit van kleur, vrij plat en ongeveer een halve centimeter breed. Chinese bami’s bevatten lekker veel groenten. Daar wordt nogal mee gefreestyled, maar over het algemeen zie je ui, prei, bosui, wortel en paksoi vaak terug. En de smaakmakers? Dan moet je vooral denken aan sojasaus, sesamolie en knoflook. En taugé en ei om het af te maken. Dit is ons favoriete Chinese bami-recept.

Indonesische bami

Lekker eten blijft maar zelden binnen de landsgrenzen. Zo ook bami. De Chinezen brachten bami naar Indonesië. De naam ‘bami goreng’, oftewel ‘gebakken bami’? Die werd in Indonesië bedacht. Alsook verschillende varianten van de originele Chinese bami. In Indonesische bami zie je bijvoorbeeld geen varkensvlees terug, omdat Indonesië grotendeels Islamitisch is. In plaats daarvan wordt de bami vooral gemaakt met kip of garnalen. Indonesische bami is over het algemeen wat kruidiger en pittiger dan Chinese bami. Er zit vaak iets van een pepertje of sambal doorheen. Wij zijn gek op deze Indonesische bami goreng.

Surinaamse bami

Vanuit Indonesië kwam bami weer in Suriname terecht. Het waren de Javanen die bami als een soort souvenir naar Suriname brachten. De Surinamers zijn uiteindelijk zelf los gegaan om hun eigen bami te maken. Typisch aan Surinaamse bami? De dunne noedels. Eigenlijk gewoon spaghetti. In Surinaamse bami zie je vaak kip als proteïne terug. Net als een mix van zoute en zoete ketjap, die de bami een typisch donkere kleur geeft. Surinamers spelen ook graag met ingrediënten die ze sowieso veel in hun keuken gebruiken, zoals madame Jeanette (lekker spicy dus!) en trassi. Check hier ons favoriete gerecht voor Surinaamse bami. En weet je wat extra lekker is bij Surinaamse bami? Surinaamse gehaktballetjes!

Lees ook:

Geen foodnews Missen?

Ontvang een update in je inbox