Tips & tricks

5 fouten bij pasta Bolognese die heel veel mensen maken

Pasta Bolognese op wit bord

Spaghetti Bolognese is zo’n klassieker die je met je ogen dicht denkt te maken. Gehakt, tomaat, een sliertje pasta: klaar toch? Nou… niet dus. De meeste Nederlanders maken er een soort tomatensoep-met-vlees van, terwijl de Italianen met samengeknepen billen toekijken.

Foto van culinair journalist Sharon van Lokhorst

Tijd om deze iconische pastasaus de eer te geven die hij verdient. Hier zijn de 5 fouten bij pasta Bolognese die bijna iedereen maakt – én hoe je ze fixt.

1. Spaghetti gebruiken (in plaats van tagliatelle)

Je noemt het Bolognese, maar je serveert het met spaghetti? Grote fout. In Bologna zouden ze hun espresso uitspugen. De échte ragù alla Bolognese hoort bij tagliatelle of pappardelle. Brede, ruwe pasta waar de saus zich aan vast kan klampen alsof z’n leven ervan afhangt.

Spaghetti is glad en dun. Resultaat: je saus glijdt erlangs alsof je op een natte glijbaan staat. Dus: spaghetti nee. Tagliatelle ja! Er zijn niet voor niets verschillende pastasoorten en hier lees je welke pasta bij welke saus hoort.

2. De saus apart houden van de pasta

Als je je pasta afgiet, op een bord gooit en daarna een lepel saus erbovenop kwakt, ben je officieel af.

Wat je moet doen: laat de pasta het laatste minuutje garen in de saus. Gooi NOOIT je pastawater weg; voeg een scheutje van het zetmeelrijke kookwater toe aan je saus en roer alles goed door. Zo krijg je een pasta Bolognese die samenhangt, in plaats van uit elkaar valt bij de eerste hap.

Stanley Tucci, de Amerikaanse acteur met zijn heerlijke kookshows, zei het al: “Pasta en saus moeten met elkaar trouwen.” En scheiden is géén optie.

3. Te snel willen: een Bolognese maak je niet in 20 minuten

Good things come to those who wait. Een goeie pasta Bolognese laat je minstens 2 tot 3 uur sudderen. Waarom? Omdat alle smaken dan de tijd krijgen om vrienden te worden.

Even snel een pak tomatenblokjes met gehakt mengen is niet alleen lui, het is ook smakeloos. De echte versie begint met de perfecte basis: een soffritto (ui, wortel, bleekselderij; je kunt een soffritto goed invriezen!), daarna komt het vlees, en dan melk (!), wijn en bouillon. En dat alles zakt langzaam in elkaar tot een dikke, rijke saus. Niet voor speedkoks dus.

4. Alles meteen roeren (fout!)

Je laat net je gehakt in de pan glijden en hup je staat al te roeren alsof je de boel tegen branden probeert te redden. Stop. Adem. Laat dat vlees eerst goed bakken en karamelliseren. Zo krijg je de Maillardreactie: die heerlijke smaak waar elke Bolognese op drijft.

Goudbruin, krokant korstje op je vlees? Yes please!

5. Te mager vlees gebruiken

“Doe maar rundergehakt 5% vet,” zeggen mensen die je niet meer mag vertrouwen in de keuken. Voor een rijke, sappige pasta Bolognese heb je vet nodig. Zonder vet is je saus droog en vlak.

De gouden combi? Half-om-half gehakt van rund en varken. Dat vet geeft de saus smaak en body. En geen zorgen: het meeste smelt weg in de saus, dus je krijgt geen vetbom op je bord. Wel een smaakexplosie.

Pasta met goedkeuring van nonna

Dus, de volgende keer dat je je “spaghetti Bolognese” op tafel zet, denk dan even aan de Italianen in Bologna die spontaan hun wijn terug de fles in janken. Met een beetje geduld, een beetje vet en vooral de juiste pasta heb jij een bord comfortfood dat zelfs nonna zou goedkeuren.

En hé: maak je er toch spaghetti bij? Geen paniek. Maar reken wel op een side-eye van Stanley Tucci.

Lees ook:

 

Geen foodnews Missen?